De provincie Zuid-Holland heeft in 2016 terecht een vergunning verleend voor het afschieten van roeken in een deel van Zuid-Holland ter voorkoming van schade aan fruit, maïs en granen. De afgegeven vergunning is geldig voor fruitpercelen tot en met 15 november 2018.
Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en stichting Faunabescherming vochten de vergunning aan en werden in eerste instantie door de rechter in het gelijk gesteld. De Raad van State stelt echter in haar laatste uitspraak (17 oktober jl.) dat de vergunning toch terecht is verleend aan de Faunabeheereenheid (FEB) Zuid-Holland.
De vergunning is verleend voor het doden van maximaal 40 roeken per jaar. Dit aantal is gebaseerd op het aantal roeken dat in jaren 2009 tot en met 2013 gemiddeld werd afgeschoten, terwijl de populatie stabiel bleef.

In Zuid-Holland bevinden zich roekenkolonies in met name in het zuidoosten van de provincie, en enkele in het Deltagebied. Roeken veroorzaken ieder jaar schade, met name aan granen en fruit. Per jaar komen er nul tot enkele schademeldingen bij het Faunafonds binnen, de schade per geval kan hoog oplopen.
Indien het uitgevoerde beheer niet wordt voortgezet en uitgebreid naar het Deltagebied dreigt de jaarlijkse schade toe te nemen. Dit doordat roeken dan tijdens de schadegevoelige perioden niet van de schadepercelen kunnen worden verjaagd.
Schade door roeken op peren kan worden herkend aan het feit dat roeken naast grove pikken ook strepen op de peren maken. Zwarte kraaien maken deze strepen niet.
De ontheffing voor het doden van roeken geldt voor fruit in de werkgebieden van WBE Alblasserwaard-Oost, inclusief WBE Tielerwaard-West, WBE Vijfheerenlanden en WBE De Hoeksche Waard.

Bron: uitspraken.rechtspraak.nl

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 23 oktober 2018 - 19:45