Agrarisch ondernemers gaan straks, afhankelijk van het bedrijfsoppervlak,€ 2.000 tot € 8.000 meer betalen aan waterschapsheffing. Tenminste, als het aan de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen ligt. In een voorstel voor het nieuwe stelsel van waterschapsheffingen presenteren zij plannen om een extra vervuilingsheffing in te voeren, namelijk voor de uitspoeling van stikstof uit landbouwgrond.
In het nieuwe belastingstelsel wordt uitgegaan van het principe ‘de vervuiler betaalt’, maar de vraag is of de landbouw nu niet te veel verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven wordt. Geesje Rotgers, onderzoeksjournalist bij V-focus en Jaap Hanekamp, associate professor aan URC Middelburg, hebben de onderbouwing van de belastingvoorstellen voor de landbouw getoetst met financiering van Stichting Mesdag Zuivelfonds. In hun studie ‘De boer betaalt, maar voor welke ‘vervuiling’?’ vegen ze de vloer aan met de redenering die het CAB gevolgd heeft bij het vaststellen van de nieuwe heffingsnormen.
Het CAB stelt dat de landbouw verantwoordelijk is voor 60 procent van de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater. Na analyse van de cijfers blijkt dat het CAB bronnen bij de landbouw heeft opgeteld waarvoor de sector niet verantwoordelijk is. Een belangrijke daarvan is het inlaatwater, afkomstig uit Duitsland en België. Uit cijfers van drie waterschappen blijkt dat instroomwater vanuit Duitsland en België nog altijd twee tot vijf keer hogere concentraties stikstof bevat dan volgens de Nederlandse norm is toegestaan. Daarvoor kan de landbouwsector niet verantwoordelijk worden gehouden. Bovendien is de verwachting dat de waterkwaliteit van het instroomwater de komende jaren niet verbeterd.

Het CAB presenteerde zijn voorstellen voor het nieuwe belastingstelsel voor waterschapsheffingen in december 2017. De planning was om na een inspraakronde medio maart al de definitieve voorstellen te kunnen presenteren, maar vanwege de vele kritiek die er is geweest op de voorstellen, is deze presentatie uitgesteld tot 1 juni. Dan zullen de eindvoorstellen aan het bestuur van de Unie van Waterschappen worden aangeboden. De definitieve besluitvorming zal naar verwachting plaatsvinden in oktober 2018.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 13 maart 2018 - 19:40