Belgische fruittelers hebben vorige week de noodklok geluid over het tekort aan plukkers. In een rondetafelgesprek met landbouwminister Denis Ducarme kaartten ze het steeds groter wordende gebrek aan fruitplukkers aan en pleitten ze voor een verruiming van de regeling van 65 naar 100 dagen.

In de Belgische tuinbouwsector werken jaarlijs circa 60.000 seizoenarbeiders, waarvan zo’n 20.000 in de fruitpluk. Ruim de helft (35.000) van de seizoenarbeiders is afkomstig uit Centraal- en Oost-Europa, waarvan 20.000 tot 25.000 uit Polen. De overige 10.000 buitenlandse werknemers komen voornamelijk uit landen als Roemenië, Bulgarije en Litouwen. Iets minder dan de helft van de oogstmedewerkers woont in België.
Dit jaar daalde de instroom van Poolse werknemers met zeker 10 procent, schat Chris Botterman van de Belgische Boerenbond. De verwachting is dat deze daling in de toekomst doorzet. In Polen gaat het economisch goed, waardoor steeds minder mensen geneigd zijn in de Belgische tuinbouwsector te komen werken. Dit jaar al waren er in de regio Sint-Truiden meer plukkers uit Roemenië dan uit Polen. Maar de verwachting is dat de toestroom uit de overige Oost-Europese landen ook zal dalen, omdat het daar eveneens beter gaat.
In België is de regeling voor seizoenarbeid voor de fruitsector beperkt tot 65 dagen. Telers willen deze termijn graag oprekken naar 100 dagen. Veel telers hebben hun bedrijf de afgelopen jaren verbreed, bijvoorbeeld met kersenteelt, waardoor over een langere periode plukkers nodig zijn. Voor de oogst van witlof en champignons mogen seizoenarbeiders wel 100 dagen lang ingezet worden.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 11 september 2018 - 18:36