Bureau Berenschot betwijfelt of de Chinese markt op de lange termijn een geschikte afzetmarkt voor Nederlands fruit is, met name vanwege de afstand en de relatief ongunstige verhouding tussen waarde en volume. Dit schrijven onderzoekers van het bureau in het derde rapport Agri & Food Trends. Eind 2013 voerden 664 respondenten uit de totale keten van productie, toelevering en handel een online vragenlijst in. Vanuit de primaire sector reageerden 302 ondernemers, van wie 23 vollegrondsgroenten- en fruittelers. Uit het onderzoek blijkt verder dat het merendeel van de land- en tuinbouwondernemers zich vooral richt op het realiseren van een lage kostprijs. 70 procent van hen wil zich echter onderscheiden met de kwaliteit van het product. Maar een goede kwaliteit zou een basisvoorwaarde moeten zijn, vinden de onderzoekers. De afgelopen jaren wilden veel ondernemers zich onderscheiden op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Inmiddels is dit een voorwaarde om te mogen leveren en ziet nog maar 9 procent dit als een manier om zich te onderscheiden. Naast kwaliteit wil bijna de helft van de land- en tuinbouwondernemers (46%) zich (tevens) onderscheiden door zich te richten op een specifiek klantsegment.

Slechts 20 procent van de Nederlandse land- en tuinbouwondernemers kent de gedragscode Eerlijke Handelspraktijken. Van alle ondernemers zegt 44 procent in de praktijk te maken te hebben met oneerlijke handelspraktijken. De onderzoekers vragen zich wel af in hoeverre sprake is van oneerlijke handelspraktijken. ‘Oneerlijk wordt nogal eens verward met de normale economische wetten van vraag en aanbod’, stellen zij in het rapport.  

Dit bericht is geplaatst op donderdag 5 juni 2014 - 14:20