Spuitmachines spuiten vaak twee à drie rijen verder dan de rijen die behandeld moeten worden, zodat veel middel niet op juiste rijen terechtkomt. Bovendien kost dit onnodig veel brandstof. Binnen het project Innovatieve efficiënte toedieningstechnieken bepaalt WUR voor vijf boomgaardspuiten de optimale spuitinstellingen. “Het projectdoel is een maximale spuitvloeistofdepositie op het gewas te krijgen met een minimale luchthoeveelheid,” meldde Jan van de Zande (WUR) tijdens de spuitdemo op de open dag van Proeftuin Randwijk. De NFO is penvoerder van het project. Daarnaast nemen gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten en waterschappen deel aan het project.

Elke spuitmachine heeft zijn eigen ventilator(capaciteit) en uitblaasopeningen (spuitmond of -spleet). Op basis van deze vaststaande karakteristieken bepaalt WUR per onderzochte spuitmachine de optimale spuitinstellingen, zoals doppositie, spuitrichting en doppenkeuze. “Daarnaast ‘spelen’ we met de luchtsnelheid en luchthoeveelheid van de ventilator om tot de juiste depositie te komen. Optimaal is als de spuitvloeistof net door de te behandelen rijen heen komt. Door ook rekening te houden met weersomstandigheden (windrichting en windsnelheid), rijsnelheid en bladmassa verbetert de depositie op het gewas.” Uiteindelijk wil WUR overeenkomsten vinden tussen de lucht- en vloeistofverdeling van de verschillende machines. Hiermee kan WUR rekenregels voor de spuitcomputers van de verschillende fabrikanten maken om tot een maximale depositie op het gewas te komen met een minimaal verlies naar de lucht en grond.

De vijf onderzochte boomgaardspuiten zijn de enkelrijers Munckhof standaard dwarsstroomspuit en H.S.S. CF1000, de tweerijige Lochmann-recyclingtunnelspuit en de drierijers KWH 3R2 Nevelspuit en Munckhof MAS 3-rijenspuit.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 22 augustus 2017 - 18:03