Mede namens de NFO heeft LTO Nederland deze week een brief gestuurd aan minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat met het dringende verzoek om een erkenningstraject te starten voor buitenlandse T-rijbewijzen, te beginnen met rijbewijzen uit Polen, Roemenië en Bulgarije. Aanleiding is een breed onderzoek onder agrarische ondernemers waaruit blijkt dat de huidige regels leiden tot dagelijkse problemen op het erf en in de bedrijfsvoering.
De oproep volgt op een verzoek van het ministerie om de omvang van de problematiek nader in kaart te brengen. LTO, NFO, VGO en KAVB hebben daarom in het voorjaar van 2026 een enquête gehouden onder hun achterban. De uitkomsten laten zien dat het niet erkennen van buitenlandse T-rijbewijzen geen incidenteel knelpunt is, maar een structureel probleem binnen grote delen van de agrarische sector.
Grote impact op dagelijkse bedrijfsvoering
Van de 279 respondenten geeft 87,5 procent aan problemen te ervaren met buitenlandse werknemers die beschikken over een T-rijbewijs uit hun eigen land. Veel bedrijven werken jaarlijks met meerdere buitenlandse medewerkers die hierdoor niet volledig inzetbaar zijn.
De gevolgen zijn aanzienlijk. Zo geeft 79 procent van de ondernemers aan dat er onvoldoende werknemers met een Nederlands T-rijbewijs beschikbaar zijn. Daarnaast moet bij 78 procent van de bedrijven materieel door iemand anders over de openbare weg worden verplaatst, terwijl 74 procent aangeeft dat werknemers daardoor niet overal inzetbaar zijn. Ook vertragingen in werkzaamheden (63 procent) en extra personeelsinzet (49 procent) komen veel voor.
De problematiek leidt bovendien vaak tot acute verstoringen. Bij bijna 72 procent van de bedrijven speelt het probleem zelfs dagelijks. Voor meer dan de helft van de ondernemers is het een knelpunt dat het hele jaar door aanwezig is.
Vooral werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije getroffen
Uit de enquête blijkt dat het probleem zich vooral voordoet bij werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije. Van de respondenten werkt 81 procent met Poolse werknemers en bijna 39 procent met Roemeense werknemers die over een buitenlands T-rijbewijs beschikken.
Juist daarom vraagt LTO in de brief aan de minister om prioriteit te geven aan erkenning van T-rijbewijzen uit deze landen. Volgens de organisatie vormen deze werknemers een essentieel onderdeel van het arbeidsaanbod in de Nederlandse land- en tuinbouw.
Alternatieven bieden onvoldoende oplossing
De enquête laat zien dat de alternatieven die momenteel worden genoemd in de praktijk vaak niet werkbaar zijn. Maar liefst 91 procent van de ondernemers vindt het behalen van een Nederlands T-rijbewijs voor deze werknemers niet goed haalbaar. De belangrijkste redenen zijn de verplichte verblijfsduur van 185 dagen in Nederland en taalbarrières. Beide worden door 74 procent van de respondenten genoemd.
Ook het behalen van een C-rijbewijs in het thuisland wordt niet als een realistisch alternatief gezien. Bijna de helft van de ondernemers vindt dit niet goed haalbaar en veel respondenten noemen de oplossing praktisch niet uitvoerbaar of niet passend bij de werkzaamheden in de agrarische sector.
Oproep aan minister
In de brief stelt LTO dat met het onderzoek voldoende inzicht is gegeven in de omvang en gevolgen van het probleem. De organisatie vraagt de minister daarom om op korte termijn een positief besluit te nemen over het starten van een erkenningstraject voor T-rijbewijzen uit Polen, Roemenië en Bulgarije. Daarnaast vraagt LTO om te onderzoeken of er in de tussentijd een overgangsregeling mogelijk is om de meest urgente knelpunten te verlichten.
De wens van ondernemers is daarbij duidelijk: buitenlandse T-rijbewijzen moeten worden erkend.

