Gemiddeld benutten appeltelers 36 procent van de mogelijkheden die er zijn binnen de geïntegreerde teelt. Binnen de perenteelt ligt dit aandeel op 44 procent. Dat blijkt uit het NVWA-rapport Monitoring ziekten, plagen & onkruiden.
Binnen de appelteelt zijn er 16 mogelijkheden voor geïntegreerde teelt; binnen de perenteelt 13. Er zijn vier maatregelen die in beide gewassen algemeen worden toegepast. Dit betreft: het monitoren en registreren van ziekten en plagen in het gewas; het gebruik van beslissingsondersteunende systemen; het verwijderen van ziek plantmateriaal en het bij middelenkeuze rekening houden met natuurlijke vijanden en bestuivers.

Figuur 1. Percentage toepassing en potentiële toepasbaarheid van geïntegreerde maatregelen binnen de teelt van appel.

Inzet van biologische bestrijders wordt in beide gewassen maar op beperkte schaal toegepast en de toepassingsmogelijkheden van deze maatregel zijn volgens de experts ook beperkt.

Mechanische onkruidbestrijding wordt zeer beperkt toegepast, terwijl deze maatregel volgens de experts wel potentie heeft. Met name in de biologische teelt wordt deze maatregel wel toegepast. Reden die is genoemd waarom onkruid niet mechanisch wordt bestreden is dat de jonge aanplant vaak kwetsbaar is en oudere fruitbomen minder hinder ondervinden van onkruid in de zwartstrook.

Middelenkeuze op basis van milieubelasting en resistentieontwikkeling wordt ook beperkt toegepast. Hierbij wordt aangegeven dat naast het beperkt middelenpakket en strikte toepassingsvoorwaarden ook de bovenwettelijke residu-eisen vanuit de retail bepalend zijn voor de middelenkeuze. Hierdoor zijn er minder mogelijkheden om af te wisselen en resistentieontwikkeling te voorkomen.

Vier maatregelen worden in beide gewassen beperkt toegepast, terwijl deze volgens de experts wel potentie hebben. Dit betreft: bladvertering stimuleren; stimuleren van natuurlijke vijanden; geïntegreerde bestrijding van fruitmot en middelenkeuze op basis van milieubelasting.

Er zijn ook een aantal verschillen tussen appel en peer geconstateerd. Resistente rassen zijn alleen beschikbaar voor de teelt van appel. Deze maatregel wordt beperkt toegepast omdat de afzetmogelijkheden van een ras een belangrijkere afweging is. Reinigen en ontsmetten van gereedschap wordt maximaal toegepast bij peer vanwege het grote risico op verspreiding van bacterievuur. Bij appel zijn er minder risico’s op mechanische verspreiding van ziekten via gereedschap en dus wordt deze maatregel hier minder toegepast. Toepassen van kalkmelk wordt vooral genoemd als mogelijkheid in de teelt van appel. De beperkte toepassing van deze maatregel heeft vooral te maken met praktische belemmeringen en de onbekendheid met de toepassing.

Figuur 2. Percentage toepassing en potentiële toepasbaarheid van geïntegreerde maatregelen binnen de teelt van peer.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 18 juli 2017 - 19:43