In de nieuwsbrief van afgelopen dinsdag stond er over de Fruitconsultdag van 28 januari al een eerste bericht geplaatst met als titel ‘Zoutbelasting door (mest)stoffen, is er een max? Daarnaast waren er nog diverse andere lezingen zoals nieuwe rassen; weerstations, bemesting en werd de samenwerking rondom Proeftuin Randwijk nog verder toegelicht. In het gewasbeschermingsnummer van Fruitteelt eind februari volgt een artikel over de gewasbeschermingslezingen van de bijeenkomst. Fruitconsult adviseur Jan Peeters ging in op de ontwikkelingen in onderstammen bij appel en peer.
Appel
Voor appel geldt dat momenteel 90% van de onderstammen op M9 staat. Verder is vrijwel iedere aanplant gebaseerd op herinplant. Met potgrond, fertigatie en laat planten wordt er veel energie in gestopt om snel hoge producties te halen. “In veel gevallen lukt het net niet helemaal zo goed en wordt slechts 60 a 70 procent gehaald vergeleken met verse grond aanplant.” De toevoeging van potgrond is Peeters sowieso niet zo’n voorstander: “het is nu noodzakelijk kwaad, maar als je ziet hoeveel problemen we nu met muizen hebben. “Eigenlijk moeten we helemaal van de potgrond af.” De onlangs geïntroduceerde Fruitbomengrond waar op de Proeftuin Randwijk ook een demo mee ligt is Peeters minder negatief over aangezien deze eigenschappen bezit die juist muizen weert. De huidige M9 is volgens de voorlichter zeker een goede keuze maar er is wel ruimte voor verbetering aangezien M9 toch vatbaar kan zijn voor vruchtboomkanker, wortelvelden, bloedluis en bacterievuur. Na het vertrek van PPO-onderzoeker Frank Maas enkele jaren terug kwam het onderzoek ook op een laag pitje te staan. Zijn aanbeveling was destijds: ‘G41 verder onderzoeken’, oftewel Geneva 41. Deze onderstam heeft ook niet de nadelen van M9. Peeters over de prestaties van G41: “hier ga je hard richting de prestaties als je zou poten op verse grond, dat is interessant.” Ook de onderstam G16 kwam redelijk goed uit de resultaten. Alle resultaten zijn eigenlijk gebaseerd op buitenlands onderzoek waar deze onderstammen al veel meer gemeengoed zijn. De komende 5 a 10 jaar zal M9 nog de standaard blijven verwacht hij. “Maar vooral bij de zwakkere wat duurdere rassen zoals Kanzi, Junami en Gala zou de omslag weleens heel snel kunnen gaan. In Nederland wordt de onderstam momenteel op kleine schaal vermeerderd.
Peer
Voor peren geldt nu de huidige keuze. “Heb je alles goed onder controle dan is Kwee C een prima keuze bij goed ontwaterde grond. Is er iets loos kies dan Kwee Adams.” De vorstresistent Q-eline is echter druk bezig aan een opmars. De productieniveau’s van alle drie de onderstammen op Conference liggen volgens Peeters ook op een gelijk niveau. De peren van Q-eline zijn gladder. “Voor markten die gladde peren willen is dat een marktkans. De sorteerbaarheid na lange bewaring is met die gladde Conference in relatie tot krasjes wel een aandachtspunt. Xenia en Migo worden op de proeftuin momenteel nog verder getest op Q-eline. “Ik ben nog wel wat terughoudend met Beurré Alexander Lucas op Q-eline in combinatie met een calciumarme grond.

 

Dit bericht is geplaatst op donderdag 4 februari 2016 - 15:27