Van de deelnemende scholen aan het EU-schoolfruit- en groentenprogramma wil driekwart opnieuw meedoen aan het programma en 8 procent wil dit zelf oppakken. Meer dan de helft van de scholen (59%) vindt appels het meest geschikt als fruitsoort, maar ook bananen en peren worden door een kwart van de scholen genoemd als geschikt fruit. Makkelijk fruit geniet de voorkeur, maar variatie is ook belangrijk.
In het schooljaar 2017-‘18 hebben bijna 3.000 basisscholen deelgenomen aan het EU-Schoolfruitprogramma. Aan het onderzoek deden 1.794 basisscholen mee.
Ruim de helft (55%) van de dit jaar deelnemende basisscholen geeft aan eerder mee te hebben gedaan aan het programma. Vrijwel alle deelnemende scholen hadden reeds voor hun deelname aan het EU-Schoolfruitprogramma al een beleid specifiek op het gebied van het eten van groenten en fruit of gezonde voeding in het algemeen.
Nagenoeg alle scholen zijn (zeer) positief over het EU-Schoolfruitprogramma. Naast het eigen enthousiasme, geeft ruim 80% van de scholen aan dat de meeste kinderen enthousiast zijn en driekwart van de scholen geeft aan dat de meeste ouders dat ook zijn.
Over de variatie van het geleverde fruit is men positief, over de variatie van de geleverde groenten is men minder tevreden, 37% geeft aan dat er weinig variatie was. De tevredenheid over de kwaliteit van de groenten en het fruit is, evenals vorig jaar, wederom gedaald. Minder dan de helft (46%) beoordeelt de kwaliteit van het fruit als goed, de kwaliteit van de groenten wordt door iets meer dan de helft van de scholen (53%) als goed beoordeeld.
De scholen die niet door willen gaan, geven hiervoor als belangrijkste redenen dat men het te veel werk vindt (32%) en/of men het de verantwoordelijkheid van de ouders vindt (31%).

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 26 juni 2018 - 17:54