Een fruitteler in de gemeente Neerijnen die een dwangsom van 50.000 euro opgelegd heeft gekregen voor de aanplant van een perceel peren op een locatie waar dat niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan, moet deze alsnog betalen. De teler vocht de dwangsom aan tot aan de Raad van State, maar werd niet in het gelijk gesteld. Inmiddels is het bestemmingsplan aangepast en mag op deze locatie wel een boomgaard aangeplant worden.
De teler had begin 2014 grond gekocht aan de Ammanswal in Waardenburg met als doel er een perenboomgaard op aan te leggen. In november 2014 werden de werkzaamheden door de gemeente Neerijnen stilgelegd op last van een dwangsom van 50.000 euro. De aanleg van een perenboomgaard viel niet binnen het bestemmingsplan en er had een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Tien dagen nadat de gemeente de werkzaamheden had stilgelegd, constateerde de toezichthouder dat toch nog 20 geulen met gepote bomen waren aangevuld met grond. Volgens de teler was dit nodig om vorstschade aan de jonge bomen te voorkomen. Ook geraadpleegde deskundigen van Agruniek Rijnvallei en CAF bevestigen dit, maar de rechter gaat hier niet in mee. De rechter stelt dat de teler, door in november bomen te planten op een plaats waar het niet mocht, zelf het risico heeft genomen dat het plantproces zou worden stilgelegd en dat de bomen beschadigd zouden kunnen raken. Ook had hij de bomen op een andere manier kunnen beschermen tegen de vorst, door ze uit de pootgeulen te verwijderen en binnen op te slaan.
Ook het feit dat er zicht was op legalisering, dat het bestemmingsplan inmiddels daadwerkelijk is gewijzigd en dat de teler ook de benodigde omgevingsvergunning heeft verkregen verandert niets aan de zaak vindt de rechter.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 11 juli 2017 - 19:07