Het Belgisch meteorologisch instituut KMI heeft de nachtvorst van 19 op 20 april als ‘uitzonderlijk weersfenomeen’ bestempeld. Dat is een eerste stap om de vorstschade erkend te krijgen als landbouwramp. Landbouwminister Joke Schauvliege is de procedure gestart om de vorstschade te erkennen voor het Vlaams Landbouwrampenfonds. Tweede voorwaarde is dat de omvang van de schade aan de criteria voldoet.
Uit analyse van het KMI blijkt dat het in 225 van de 308 Vlaamse gemeentes uitzonderlijk koud was in de nacht  van 19 op 20 april. Een dergelijke vorst is in 20 jaar tijd niet voor gekomen.
Als eis voor de omvang van de schade stelt de Vlaamse overheid dat de totaal geleden schade minimaal 1,24 miljoen euro bedraagt, met een gemiddelde schade per dossier van minstens 5.580 euro.
Telers worden nu opgeroepen de schade te melden bij hun gemeente. Gemeentelijke schadecommissies zullen de schade dan beoordelen en vervolgens rapporteren aan het Vlaamse Landbouwdepartement. Op basis van de gemelde schades wordt bepaald of de omvang voldoet aan de eisen van het Rampenfonds. Dit wordt na 10 juni bekend gemaakt.
Na de zware nachtvorst  ondervroegen Boerenbond en Pcfruit 300 telers naar de geleden schade. Zij schatten toen in dat 78 procent van de appeloogst, 82 procent van de kersenoogst en 63 procent van de perenoogst verloren was gegaan. Meer hierover leest u in het bericht ‘Belgische telers melden zware verliezen’ op de NFO-website.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 23 mei 2017 - 17:58