Deze fruitteelteditie is speciaal gewijd aan de resultaten van het vierjarig onderzoeksprogramma Bio Fruitketens. Dit programma was niet alleen gericht op de biologische keten want ook de spin-off naar de gangbare fruitketen was van belang.

In dit programma is voor appel en peer gezocht naar nieuwe rassen voor, in eerste instantie, de biologische fruitteelt. Nadat de rassen Santana en Topaz hun plek verworven hadden in de biologische appelketen met 30-35 procent van het appelvolume, zochten de fruittelers van Prisma vijf jaar geleden naar een lang bewaarbare en tegelijk weinig ziektegevoelige appel als vervanger voor Jonagold. Uiteindelijk is dat Natyra geworden. Daarnaast bleek het perenras Xenia het meest geschikt voor uitbreiding van het biologisch perenassortiment.

Omdat het telen van schurftresistente rassen gepaard moet gaan met resistentiemanagement, ofwel  preventie of bestrijding van schurft, is ook onderzoek gedaan naar het effect van bladvertering en de inzet van kaliumbicarbonaat.

Voor houtig kleinfruit is onderzoek gedaan naar het verlagen van vruchtresidu bij rode bes via onder meer biologische preventie- en bestrijdingsmethoden. Andere onderzoeks-items waren onder meer biologische bestrijding van stengelziekte bij framboos. Het onderzoeksprogramma Bio Fruitketens had als hoofdfinancier het ministerie van EZ. De cofinanciers staan bij de artikelen vermeld. Het onderzoek werd voornamelijk uitgevoerd door PPO. Het LBI voerde het onderzoek naar bladvertering bij peer uit. DLV Plant was betrokken bij het onderzoek aan en de praktijkintroductie van Natyra. De NFO maakte met dit themanummer de publicaties van de resultaten mogelijk.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 9 februari 2016 - 12:37