De Europese fytosanitaire dienst EPPO heeft een nieuw, ook voor de fruitsector schadelijk plaaginsect op de A1-lijst geplaatst. Het gaat om de gevlekte lantaarnvlieg (Lycorma delicatula) die in de Verenigde Staten al grote schade heeft aangericht. Plaatsing op de A1-lijst betekent dat EU-landen aanbevolen wordt het insect als quarantaine-plaag te beschouwen, maar dat de plaag nog niet in de EU is aangetroffen.
Oorspronkelijk komt de gevlekte lantaarnvlieg uit China. In de jaren 2000 werd het in Zuid-Korea geïntroduceerd, waar het uitgroeide tot een serieuze plaag. Het insect werd in 2014 voor het eerst in de VS gesignaleerd, in de staat Pennsylvania. Sindsdien heeft het insect voor miljoenen dollars schade veroorzaakt in een groot scala aan (fruit)gewassen. Het insect heeft 65 waardplanten, maar heeft het vooral voorzien op houtige gewassen. De meeste schade wordt waargenomen in wijngaarden, boomgaarden met hardfruit en steenfruit, houtig kleinfruit en sierbomen.

De gevlekte lantaarnvlieg heeft vier groeistadia. In de eerste drie larvestadia is het dier zwart met witte vlekken. In het vierde stadium verschijnt ook de rode kleur. Als het dier volwassen is, heeft het dubbele vleugels; de voorvleugels zijn wit met zwarte vlekken. De andere vleugels zijn kleiner en zijn rood met eveneens zwarte vlekken. De buik van het dier is geel met zwarte strepen.
In boomgaarden in de VS worden vooral volwassen exemplaren aangetroffen. Volwassen mannetjes zijn 20,5 tot 22 mm lang (van kop tot het uiteinde van de opgevouwen vleugels). Vrouwtjes hebben een lengte van 24 tot 26,5 mm. De lantaarnvlieg heeft één generatie per jaar en overwintert als ei. Het grootste deel van zijn levenscyclus brengt het insect door in natuurgebieden, waarna de volwassen exemplaren in de herfst massaal naar fruitaanplanten trekken. Tenminste, zo gaat het tot nu toe in de meeste gevallen, maar er zijn ook situaties bekend waarbij alle stadia in een wijngaard werden aangetroffen.

Volwassenen en nymfen prikken de bast aan en voeden zich met het sap uit het floëem. Volwassen exemplaren zitten meestal op de stam, terwijl nymfen zich vaker op de takken en twijgjes bevinden. De lantaarnvlieg scheidt grote hoeveelheden honingdauw af, waarop roetdauw kan ontstaan. Ook kunnen de activiteiten van de lantaarnvlieg bladverwelking en bloedende wonden aan de stam en takken veroorzaken. De honingdauw en plantsappen trekken ook weer andere insecten aan, zoals mieren, bijen en wespen.
Amerikaanse onderzoekers zien de gevlekte lantaarnvlieg als potentiële overbrenger van bacterievuur en veroorzaker van groeiachterstand en kleine vruchten.

Kijk voor meer informatie op eppo.int en extension.psu.edu.


Bron: seitzbrothers.com

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 27 februari 2018 - 19:10