De NFO vreest dat de EU-regeling voor Nederland van weinig betekenis zal zijn omdat de vergoedingen ver onder de kostprijs liggen. Bovendien worden de vergoedingen oneerlijk verdeeld over de ondernemers.

De regeling werd woensdag 3 september van kracht. Ze komt daarmee voor het onderdeel groen oogsten voor de Nederlandse fruitteeltsector erg laat omdat de pluk van onze hoofdrassen inmiddels flink is gevorderd. De NFO pleitte samen met LTO voor een 100 procent vergoeding van de interventieprijzen vanuit de EU. Dit is niet gehonoreerd. Bij 100 procent vergoedingen van de interventiebedragen vanuit de EU komt een teler bij groen oogsten in de buurt van 50 procent van de teeltkosten. Bij interventie zijn de gemaakte kosten hoger dus komt de teler aan lagere percentages. De NFO is wel tevreden over de productiecijfers waarop de vergoedingen van groen oogsten zijn vastgesteld.

Het meeste stoort de NFO zich aan het onterechte onderscheid tussen leden van erkende producentenverenigingen (PO) en degenen die dat niet zijn. De EU keert 75 procent van de vastgestelde interventieprijzen uit aan fruittelers die lid zijn van een PO en 50 procent aan niet-leden. Zeker in een crisissituatie als deze is het niet rechtvaardig dat de EC deze groepen ongelijk behandelt. Bovendien hebben de leden van een PO en niet-leden te maken met dezelfde EU-noodverordening die de bestaande GMO-regelgeving tot en met eind november vervangt. De Europese commissie noemt als reden voor het verschil in vergoedingen tussen PO-leden en overige ondernemers het feit dat producentenorganisaties het aanbod concentreren en met grotere hoeveelheden product sneller ingrijpen op de markt dan producenten die geen lid zijn van een PO. De NFO durft te stellen dat niet het moment dat het product uit de markt wordt gehaald bepalend is voor de impact op de markt, maar de aanmelding voor interventie (inclusief het niet- of groen oogsten). Van de gemelde hoeveelheid uit de markt te nemen product gaat dan een positieve werking uit op de markt. De NFO vindt de argumentatie van de EU dus onzin. Bovendien is er bij groen- of niet-oogsten in Nederland al helemaal geen onderscheid in de uitvoering van de regeling tussen beide groepen ondernemers. Alle percelen die in aanmerking komen voor het niet- of groen oogsten moet het controlebureau KCB van te voren vrijgeven. Ook de interventie van al geoogst product zal bij ondernemers die geen lid zijn van een erkende PO veelal plaatsvinden op een centrale sorteerlocatie. Dus wat snelheid en efficiency betreft zit ook daar geen verschil.

De NFO en LTO hebben zowel bij de Tweede Kamer als in Brussel gepleit voor een gelijke behandeling, maar dit leidde niet tot het gewenste resultaat, vooral omdat de EU PO’s een sterke positie wil verlenen en het lidmaatschap van deze organisaties wil stimuleren.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 23 september 2014 - 14:18