Steeds meer landen in Europa zien het belang van afstemming en uitwisseling van onderzoeksgegevens omtrent gewasbescherming in. Dat werd duidelijk tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst 8 en 9 oktober in Parijs bij de Minor Uses Commodity Expert Groups  ‘Processed and Fresh Vegetables, Small and Stone Fruits’. Nog nooit waren zoveel (negen) landen aanwezig op de vergadering van deze expertgroep. Het overleg moet er toe leiden dat de deelnemende landen hun inspanningen voor toelatingen op elkaar afstemmen. Zo bespraken de vertegenwoordigers met vier toelatingshouders hun wensen en mogelijkheden voor toelatingen van vooral nieuwe middelen. De komende periode gaat de NFO de wensen van de Nederlandse fruitteelt in Europa inbrengen. Voor fruittelers is het belangrijk dat we betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen zodat deze ook voor Nederland beschikbaar komen.

Specifiek aandachtspunt voor de NFO is het beschikbaar krijgen van gewasbeschermingsmiddelen voor de bestrijding van de Suzuki-fruitvlieg.  In Duitsland en Frankrijk zijn inmiddels diverse onderzoeken uitgevoerd om de effectiviteit van bestaande en nieuwe insecticide op deze fruitvlieg te testen. Nu duidelijk begint te worden welke insecticiden effectief zijn, moeten deze middelen zo snel mogelijk en in zoveel mogelijk landen geregistreerd worden. Dit gaat het beste als meerdere landen deelnemen en de toelatingshouder, samen met een lid van deze expertgroep, de coördinatie op zicht neemt. Voor één van de stoffen waarvoor de NFO snel een toelating in Nederland wil, ligt sinds vorig jaar de coördinatie bij Nederland. Het is cruciaal voor Nederland om internationaal te kunnen meewerken en dat naast de reeds door de Nederlandse overheid toegezegde bijdrage, het bedrijfsleven na het PT-tijdperk ook investeert in nieuwe toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen via het Fonds Kleine Toepassingen. 

Dit bericht is geplaatst op donderdag 24 oktober 2013 - 11:39