De fruitsector in Nederland maakte vanaf 1947 een enorme ontwikkeling door (zie artikel pagina 12 en 13). De teelt van hardfruit ontwikkelde zich verder waardoor de productiviteit sterk steeg. Per hectare worden nu vier keer zoveel appels en vijf keer zoveel peren geoogst dan destijds. Voor appels kwam de productie uit op 51 ton, voor peren op 41 ton per hectare. Het jaar 2011 brak alle records en zoals het er nu naar uitziet zal in 2012 het perenareaal voor het eerst het appelareaal overtreffen.

Uit het artikel, gebaseerd op gegevens van het CBS, en bovenstaande blijkt dat de Nederlandse hardfruittelers wat betreft de teelttechniek tot de topgroep in de wereld behoren. Wat financieel resultaat betreft is dit helaas niet het geval. In veel jaren, zeker ook in 2011 zijn de fruitprijzen veel te laag om van rendabele teelt te kunnen spreken. Dit geldt zeker voor de vrije rassen. De clubrassen doen het beter, maar hebben ook nog niet de plek veroverd die van te voren was bedacht. Bij appel was 20 procent van het areaal voorzien, terwijl nu nog is blijven steken op 13 tot 14 procent. Bij peer is met de komst van Xenia en Sweet Sensation de introductie van de clubrassen nog maar net begonnen. Met vrije rassen zullen we het in de komende jaren moeten verdienen. Via de Productgroepen Appel en Peer gaat de NFO samen met de marktpartijen werken aan de vermarkting (promotie en kwaliteitsverbetering) van Conference en Elstar. Hard nodig, want de rentabiliteit van de fruitsector is veel te laag.

 

 

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 1 juni 2012 - 15:30