Staatssecretaris Sharon Dijksma vindt een heffing op gewasbeschermingsmiddelen niet wenselijk. De heffing zou een forse lastenverzwaring voor telers betekenen in moeilijke economische tijden. “Ik ben van mening dat er voldoende andere instrumenten beschikbaar zijn die de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen effectief kunnen terugdringen. Hierbij denk ik onder andere aan verplichte en vrijwillige verbreding van de teeltvrije zones, verhoging van verplichte driftreductiepercentages en bijvoorbeeld het faciliteren van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico”, aldus stelt Dijksma in een brief aan de Tweede Kamer.

Zij reageert daarmee op een rapport van onderzoeksbureau SEO dat de heffing onderzocht naar aanleiding van een motie van de Kamerleden Henk van Gerven (SP) en Esther Ouwehand (PvdD). Zij pleitten voor een heffing naar Deens en Noors voorbeeld. SEO concludeert echter dat de afname van het middelengebruik in deze landen niet zomaar aan heffingen is toe te schrijven. Bovendien blijkt de vraag naar gewasbeschermingsmiddelen prijs-inelastisch te zijn. Om bijvoorbeeld een daling van 50 procent van het middelengebruik te realiseren, moet de heffing minimaal 100 tot 500 procent bedragen. “Hiermee schiet een dergelijke heffing zijn doel voorbij, mede omdat het verminderen van de milieubelasting ook met andere maatregelen kan worden bereikt”, schrijft Dijksma. NFO-voorzitter Johan van Haarlem is blij dat de staatssecretaris deze conclusie trekt. “We zijn tegen strafmaatregelen. De inspanningen van de sector zouden juist beloond moeten worden.”

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 6 september 2013 - 10:49