De zeven provincies die hoger beroep hadden aangetekend tegen het besluit van de rechtbanken Gelderland en Oost-Brabant inzake de vergoeding mezenschade, hadden donderdag 8 maart veel uit te leggen aan de Raad van State. Verreweg de meeste vragen werden tijdens de hoorzitting aan de landsadvoca(a)t(en) gesteld. De NFO legde nog een keer uit waarom het afbouwen van de vergoeding en het overnetten van perenboomgaarden voor fruittelers geen opties zijn.
De leden van de Raad van State gebruikten de hoorzitting vooral om opheldering te krijgen over de voor hen nog ontbrekende informatie in de hele zaak. De discussie concentreerde zich vooral op de omvang van de schade, de achterliggende redenen waarom de provincies het beleid gewijzigd hebben, de vraag of mezenschade behoort tot het normale ondernemersrisico, de planologische beperking om hagelnetten in combinatie met vogelnetten op te richten, en de lengte van de afbouwperiode van de schadevergoeding.
De NFO heeft nogmaals benadrukt dat de door de provincies voorgestelde oplossing van overnetten in combinatie met hagelnetten, geen goede oplossing is. In alle redelijkheid kan dit niet van fruittelers verwacht worden. Bovendien is niet proefondervindelijk vastgesteld dat deze maatregel effectief is. Ook is overnetten voor de perenteelt financieel niet haalbaar en daarbij stuit dit in nogal wat provincies op planologische bezwaren. De voorgestelde maatregel is geen alternatief.
Tevens is ingebracht dat de wet Natuurbescherming aan de telers beperkingen oplegt om effectieve maatregelen te nemen om het probleem van de mezenschade te verkleinen. Mezen mogen immers alleen geweerd worden en niet verstoord, bejaagd, of weggevangen via vogelnetten of lijmstokken. Wat betreft de omvang van de schade is in het bijzonder de onvoorspelbaarheid van de schade aangekaart. Daar heeft de individuele teler nu geen grip op. De schade kan tussen de individuele bedrijven en tussen de verschillende jaren sterk fluctueren. Met cijfers uit het jaarverslag van het Faunafonds/BIJ12 is aangetoond dat het totale schadebedrag van de mezenschade vanaf 2008 niet oploopt.

De Raad van State wil binnen zes weken (voor 19 april) uitspraak doen, maar kan deze periode met nog eens zes weken verlengen. De NFO heeft er sterk op aangedrongen om uiterlijk 1 mei duidelijkheid te hebben.
De Raad van State is het hoogste rechtscollege in Nederland. Tegen deze uitspraak is geen beroep meer mogelijk door de provincies.

Lees ook ‘Zaak mezenschade voor Raad van State’ op nfofruit.nl.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 13 maart 2018 - 19:55