De milieu-impact van conventioneel en geïntegreerd geteelde appels verschilt minder van die van de biologische teelt dan vaak wordt gedacht. Doctoraalstudente Yanne Goossens van de KU Leuven onderzochten de milieu-impact van de appelteelt op tien punten. Synthetische kunstmest levert de grootste bijdrage aan de milieu-impact (in 54% van gevallen), gevolgd door energiegebruik (12%), organische meststoffen (11%), emissie van zware metalen uit meststoffen (9%), emissie van fungiciden (9%) en water gebruik (4%). Niet alleen de toepassing van de verschillende middelen, maar ook het productieproces ervan heeft invloed op het milieu. Met name het productieproces van micronutriënten, diesel en bloedmeel heeft een relatief groot aandeel in de milieu-impact.
Doel van de studie was na te gaan welke invloed laagproductieve fasen binnen de appelteelt hebben op de milieu-impact van de appelteelt. De milieu-impact wordt immers vaak berekend op basis van het gebruik van grondstoffen en de uitspoeling of uitstoot van nutriënten en broeikasgassen gedurende slechts één jaar; het liefst een hoogproductief jaar. Voor het onderzoek werden gegevens van 141 boomgaarden over een periode van acht jaar gebruikt; van 2005 tot en met 2012. Het ging in alle gevallen om laagstamboomgaarden met Jonagold en mutanten. De percelen waren eigendom van 70 bedrijven, waarvan 13 met conventionele teelt, 50 met geïntegreerde teelt, 2 met biologische teelt en 5 met zowel conventionele als geïntegreerde teelt.
De levenscyclus van de boomgaarden werd opgedeeld in een beginfase, een hoogproductieve fase en een eindfase. Er is uitgegaan van een jonge fase met lage producties van drie jaar en een hoogproductieve fase van twaalf jaar. Bij de conventionele en geïntegreerde teelt werd uitgegaan van een laatste laagproductieve fase van twee jaar, in de biologische teelt duurde deze fase zes jaar. Dat betekent dat de hoogproductieve fase in de geïntegreerde en conventionele teelt 71% van de totale levenscyclus beslaat, terwijl dat in de biologische teelt slechts 57% is. Rekening houdend met de laagproductieve jaren kan gezegd worden dat de milieu-impact van de geïntegreerde en conventionele teelt vaak wordt overschat, terwijl die van de biologische teelt juist wordt onderschat.
In de biologische teelt werd de hoogste milieu-impact gemeten in de beginfase. Waarschijnlijk omdat de producties langer laag blijven. De laagste impact werd in de biologische teelt, dankzij de relatief hoge producties, in de oude fase gemeten. Ook binnen de geïntegreerde teelt werd hetzelfde patroon gezien; de hoogste milieu-impact in de jonge fase en de laagste milieu-impact in de oude fase. De conventionele teelt week hiervan af. De hoogste milieu-impact werd juist gemeten in de oudste boomgaarden en de hoogproductieve fase was de fase met de laagste milieu-impact.

Kanttekening bij het onderzoek is dat slechts van twee biologische boomgaarden gegevens zijn meegenomen. Een goed vergelijk van de verschillende teeltsystemen is daardoor niet mogelijk.

In 2012 bedroeg het Belgisch fruitareaal 17.729 ha, waarvan 40 procent  appel.  Van het fruitareaal was in 2012 2,5 procent biologisch en in omschakeling; specifiek wat betreft appel bedraagt dit percentage 0,03 procent.

Bron: rapport ‘Life cycle assessment for apple orchard production systems including low and high productive years in conventional, integrated and organic farms’ door Y. Goossens, B. Annaert, J. de Tavenier, E. Mathijs, W. Keulemans en A. Geeraerd van de KU Leuven.

 

Zie ook: biosfere.wordpress.com

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 7 februari 2017 - 16:45