De bijensterfte van afgelopen winter komt uit op 14%. Dat is een verdubbeling ten opzichte vorig jaar toen imkers in Nederland 6,5% van hun 80.000 volken verloren, maar dat was uitzonderlijk weinig. “Dit jaar is de uitval na twee jaar onder de 10% weer in de buurt van 15%, maar nog steeds onder de 20% van enkele jaren geleden”, aldus Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis en coördinator van het onderzoek. Algemeen wordt een grens van rond de 10% wintersterfte normaal gevonden. Een uitschieter van 15% is niet meteen verontrustend maar vraagt meer aandacht voor de oorzaken.
Wouter Schouwstra, voorzitter van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging, bevestigt dat de 14% wintersterfte een redelijk normaal niveau is. Bovendien overleefden bij 56% van de imkers alle volken. De bijenhouderij kampt al meer dan 30 jaar met een parasitaire mijt (Varroa destructor) die voor honingbijen levensbedreigende virussen met zich meedraagt, dit is een belangrijke oorzaak van bijensterfte. Er zijn goede methoden waarmee de mijt onder controle te houden is. Schouwstra: “Onze imkers zijn steeds beter getraind in Varroabestrijding, maar we weten dat nooit alle volken de winter zullen overleven.”
Sjef van der Steen, bijenonderzoeker van Wageningen University & Research legt uit dat in een gerandomiseerde steekproef gegevens van imkers bijeengebracht zijn. “De uitkomst is representatief voor de sterfte onder de volken van de Nederlandse imkers. De 470 imkers in de steekproef hebben 3.479 volken ingewinterd, waarvan er 2.981 de winter overleefd hebben. Dit komt overeen met een overleving van ongeveer 86% en een wintersterfte van 14%.”
De wintersterfte is berekend aan de hand van enquête waarin imkers aangeven hoe het de bijen vergaan is. Deze enquête is uitgevoerd door Naturalis en Wageningen University & Research in samenwerking met de Nederlandse Bijenhouders Vereniging.

Bron: wur.nl

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 2 mei 2017 - 19:40