Vanaf 1 januari 2017 maken werkgevers die werknemers in dienst hebben met een loon tussen 100% en 120% van het wettelijk minimumloon aanspraak op een loonkostenvoordeel, ook wel het lage-inkomensvoordeel (LIV) genoemd. Dit voordeel kan oplopen tot 2.000 euro per werknemer per jaar.
De regels die gaan gelden voor het LIV zijn nog niet exact bekend, maar wel zeker is de voorwaarde dat het wettelijk minimumloon voor een 23-jarige of ouder wordt uitbetaald, ook als de werknemer jonger is dan 23 jaar. Ook mag de werknemer nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Nog niet helemaal bekend is of uitgegaan wordt van een 38- of 40-urige werkweek. Het aantal verloonde uren bij één werkgever is minimaal 1.248 uur per jaar. Waarschijnlijk gaat ook de bovengrens van het inkomen nog omhoog van 120% naar 125% van het minimumloon.  
Werkgevers krijgen per aangenomen werknemer die 100% tot 110% van het minimumloon verdient 2.000 euro voordeel op de loonkosten. Het maximale voordeel voor een aangenomen werknemer met een minimumloon van 110% tot 120% bedraagt 1.000 euro.
De Belastingdienst keert het LIV automatisch uit op basis van gegevens van het UWV. Als peildatum geldt daarbij 1 mei van het volgende jaar. Het voordeel van 2017 zal dan in het najaar van 2018 automatisch uitbetaald worden. 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 15 november 2016 - 18:06