Een betalingstermijn van 60 dagen of langer mag alleen worden afgesproken als daarvoor een subjectieve noodzaak bestaat. Ook mag geen van beide partijen nadeel van deze lange betalingstermijn ondervinden. Dat schrijft minister Henk Kamp in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van Kamervragen van Mei Li Vos.
Het PvdA-kamerlid vroeg de minister in hoeverre hij het toelaatbaar vindt dat het grootbedrijf eenzijdige betalingstermijnen oplegt aan zzp’ers en het midden- en kleinbedrijf, terwijl veel van deze bedrijven kredietproblemen hebben. Ze vindt dat het grootbedrijf misbruik maakt van zijn machtspositie.
Minister Kamp antwoordde dat het ministerie van Economische Zaken onderzoek gaat uitvoeren naar het betalingsgedrag tussen bedrijven, met name tussen het grootbedrijf en het mkb.
Wanneer bedrijven geen betalingstermijn hebben afgesproken geldt een wettelijke termijn van 30 dagen. Deze termijn geldt ook voor betalingen door overheden. Termijnen tot 60 dagen kunnen zonder verdere voorwaarden worden afgesproken. Termijnen langer dan 60 dagen kunnen alleen als daarvoor een subjectieve noodzaak bestaat en geen van beide partijen daarvan onredelijk nadeel ervaart. “Een door beide partijen overeengekomen betalingstermijn suggereert een wederzijdse instemming met de langere betalingstermijn”, schrijft Kamp.
Bij overschrijding van de overeengekomen betalingstermijn zal de benadeelde partij moeten reageren, wil hij tegemoetkoming zien. Wettelijk kan de ontvangende partij bij overschrijding van de termijn een vertragingsrente en een vast kostenvergoeding van € 40 per vertraagde betaling eisen.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 21 april 2015 - 17:21