De larven van de frambozenschorsgalmug leven onder de bast van de frambozenstengel, meestal in de onderste halve meter van het gewas. Ze veroorzaken weinig directe schade, maar er ontstaan wel wonden die een belangrijke ingangspoort zijn voor stengelziekten (schimmels). Chemische bestrijding is tegen deze groep van stengelziekten niet effectief. Het voorkomen van stengelziekten begint dan ook bij een goede beheersing van de frambozenschorsgalmug. Volgroeide larven van de schorsgalmug laten zich op de grond vallen en graven zich in om te verpoppen. Deze verpopping vindt plaats in de bovenste centimeters van de grond. Dat de larven dicht onder het grondoppervlak blijven, ligt wel voor de hand. De tere mugjes uit de verpopte larven moeten tenslotte weer naar boven zien te komen. 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 9 februari 2016 - 12:51