Wonen in de nabijheid van landbouwpercelen lijkt geen invloed te hebben op de gezondheid.  Mensen die dichtbij landbouwpercelen wonen, lijken gemiddeld zelfs iets gezonder te zijn dan personen die daar verder vandaan wonen. Dat concluderen het RIVM, de Universiteit Utrecht en het NIVEL op basis van een verkennend onderzoek waarin is bekeken of er een verband is tussen de afstand tot landbouwpercelen en gegevens over ziekten en aandoeningen.

In het onderzoek is wel een verband gevonden tussen de nabijheid van maisteelt en een hogere sterfte als gevolg van luchtwegaandoeningen. Het is onbekend of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hiervan de oorzaak is.
Voor een aantal aandoeningen is het onduidelijk of er een verband is met de hoeveelheid of nabijheid van bepaalde gewassen. Het gaat hierbij om een hoger geboortegewicht in de nabijheid van zomergerst, de ziekte van Parkinson bij fruitteelt, oogirritaties bij fruitteelt en leukemie bij afwisselende granen-bieten-aardappelteelt. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van verbanden en of bestrijdingsmiddelen daarmee te maken kunnen hebben. De NFO staat positief tegenover verder vervolgonderzoek. “Het gaat hier om gezondheid en dat is belangrijk. We hebben als sector niets te verbergen”, aldus NFO-directeur Siep Koning.

Opzet onderzoek
In het onderzoek is gekeken naar 13 specifieke gewassen: mais, granen (wintertarwe, zomergerst, zomertarwe, overige granen), aardappelen (consumptie, zetmeel, pootgoed), bieten, overige landbouwgewassen (boomkwekerij, vollegrondsgroente), fruit en bloembollen. Er is gekeken naar verschillende aspecten van de gezondheid: gezondheidsproblemen rond zwangerschap en geboorte; ziekten, klachten en aandoeningen waarmee mensen bij de huisarts komen en de medicatie die ze krijgen voorgeschreven; en sterfte aan specifieke oorzaken.
Voor de fruitteeltgebieden is gebruikgemaakt van de gegevens uit elektronische patiëntendossiers van 30.000 patiënten over de jaren 2014 tot en met 2016 in de regio’s Zuid-Beveland en de Betuwe. Er is gekeken naar aandoeningen in relatie tot de afstand en oppervlakte van gewassen rond de woning. Daarnaast zijn bijna 50.000 patiënten in de fruitteeltgebieden vergeleken met 72.000 patiënten in plattelandsgebieden met een lage belasting door industrie, veehouderij en landbouw. Tot slot zijn tijdens het spuitseizoen van 2017 door 4.000 patiënten van 16 jaar en ouder vragenlijsten ingevuld.

Te woord staan van de pers
Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek hebben de agrarische sectoren binnen LTO afgesproken om twee mensen als woordvoerder te benoemen. De NFO zal naar deze mensen verwijzen. Mocht u over dit onderzoek worden benaderd dan verzoekt de NFO ook om niet zelf te reageren maar te verwijzen naar LTO. Naar de NFO mag natuurlijk ook.

Kijk voor het volledige onderzoeksrapport op rivm.nl.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 10 juli 2018 - 20:28