Een minimumloon, verbetering van de werk- en leefomstandigheden en voorkomen dat een tijdelijk verblijf van seizoenarbeiders van buiten de EU permanent wordt. Dat zijn de hoofdpunten van het wetsvoorstel waarmee de commissie Burgervrijheden van het Europees Parlement heeft ingestemd.

De verwachting is dat het Europees Parlement eveneens akkoord zal gaan met het wetsvoorstel dat daar in de loop van 2014 ter tafel komt.
In de Nederlandse fruitsector werken nauwelijks seizoenarbeiders van buiten de EU, maar in bijvoorbeeld de meer zuidelijk lidstaten is dat veel vaker het geval. De nieuwe wet is met name bedoeld om de werknemer te beschermen, maar zorgt er ook voor dat in de gehele EU dezelfde regels omtrent inzet van seizoenarbeiders gaan gelden.
Jaarlijks komen ruim 100.000 seizoenarbeiders van derde landen naar de Europese Unie om daar te werken. Wanneer het Europees Parlement de nieuwe wet goedkeurt, hebben de lidstaten 2,5 jaar de tijd om de richtlijnen in hun wetgeving in te passen.

Nagenoeg gelijktijdig met het Europese voornemen stemde de Eerste Kamer afgelopen woensdag, 16 november, in met een wetsvoorstel van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarin is geregeld dat tewerkstellingsvergunningen voortaan nog maar voor een jaar worden toegekend. Ook verplicht de wet werkgevers marktconform loon te betalen en minimaal het voltijds minimumloon, ook als de werknemer in deeltijd werkt. Ook kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever in het verleden is veroordeeld voor een arbeidsgerelateerd delict. Pas als de werknemer van buiten de EU gedurende vijf jaar in Nederland heeft gewerkt, mag hij zonder vergunning werken. Nu is dat na drie jaar het geval.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 19 november 2013 - 18:49