Van alle 79.000 monsters die de Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA in 2011 nam, voldeed 97,5 procent aan de maximum residu limiet (MRL) voor gewasbeschermingsmiddelen. Bij van buiten de EU geïmporteerde producten voldeed 6,3 procent niet aan de Europese normen terwijl dat percentage bij EU-product slechts 1,5 was. De monsters werden genomen van groenten, fruit en akkerbouwgewassen bestemd voor de voedselproductie.

De EFSA neemt elk jaar een groep producten extra onder de loep. In 2011 behoorde peer tot deze categorie. Van alle 1.364 monsters voldeden er vijftien (1,1%) niet aan de MRL. Op 29,2 procent van de monsters werd geen residu aangetroffen, op ruim de helft (52,7%) van de monsters werden twee of meer residuen aangetroffen. De meest teruggevonden stoffen zijn dithiocarbamaten, boscalid, pyraclostrobin, captan + folpet, thiacloprid, chlorpyrifos, fludioxonil en cyprodinil.  Bij overschrijding van de MRL ging het het vaakst om chloormequat, de werkzame stof van CCC. Eén keer werd een overschrijding van de MRL op Nederlandse peren geconstateerd. Het vaakst gebeurde dat op Spaans product. 

In het kader van onderzoek naar meerdere werkzame stoffen op één product, voerde EFSA een extra onderzoek uit bij peer. Hiervoor werden 2.184 perenmonsters geanalyseerd. Op 26,1 procent van de monsters werd geen residu aangetroffen, 21,2 procent had één residu en op ruim de helft (52,6%) van de monsters werden twee of meer middelen (tot maximaal dertien) terug gevonden. Peren uit België, Chili en Portugal bevatten gemiddeld het meest aantal middelen. Op Nederlandse peren werd in 16,9 procent van de gevallen geen residu aangetroffen en op 16 procent één middel. Van de Nederlandse peren werden 219 monsters (veruit de meeste) genomen.

Het EFSA-rapport is te vinden op www.efsa.europa.eu > Publications > Pesticide residues. 

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 27 mei 2014 - 18:00