De Europese Commissie heeft eind januari voorgesteld om het gebruik van drie neonicotinoïden, waaronder Admire (imidacloprid) in voor bijen aantrekkelijke gewassen, waaronder appel en peer voor twee jaar op te schorten. Nederland moet zich over dit voorstel nog uitlaten. De NFO en Nefyto (de branchevereniging voor gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten) vinden deze opschorting wettelijk gezien niet uit te leggen.

Insecticiden in de groep neonicotinoïden staan in de belangstelling vanwege hun mogelijke invloed op de toegenomen bijensterfte. Met name milieuorganisaties proberen om deze reden een verbod op neonicotinoïden te bewerkstelligen. Nefyto stelt echter in een notitie , die ze onlangs naar buiten bracht, dat er zich in Nederland geen incidenten hebben voorgedaan met acute bijensterfte als gevolg. Ook noemt ze het opmerkelijk dat in Australië en Zuid-Amerika geen wintersterfte van bijen optreedt, terwijl daar ook neonicotinoïden worden gebruikt. Feit is wel dat neonicotinoïden al bij vrij lage blootstelling giftig zijn voor bijen. “Maar tot op heden is in geen enkele veldproef aangetoond dat neonicotinoïden in praktijkrelevante doseringen een effect hebben op honingbijen”, aldus Nefyto.

Vanwege de maatschappelijke druk en de veronderstelling dat neonicotinoïden invloed kunnen hebben op de bijensterfte heeft het Europese agentschap EFSA voorstellen gedaan om de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen aan te passen. EFSA heeft deze voorstellen zelfs al toegepast op de dossiers van neonicotinoïden voor zaadbehandeling. Nefyto vindt dit een kwalijke zaak. Omdat fabrikanten hiervoor nog geen tijd hebben gehad, ontbreken tot nu toe studies waaruit blijkt dat de middelen ook met de aangescherpte eisen veilig zijn. Door middelen of toepassingen te verbieden zonder risicobeoordeling, zoals nu dreigt, wordt het fundament aangetast waarop verantwoorde investeringen kunnen worden gedaan, vindt Nefyto.

De organisatie stelt voor om een intensief meerjarig monitoringsprogramma op te zetten dat inzicht geeft in de theoretische risico’s voor bijen of neonicotinoïden zich ook daadwerkelijk in de praktijk in Nederland voordoen. Na drie jaar zouden voldoende gegevens beschikbaar kunnen zijn, waarmee het Ctgb over de toelatingen van de neonicotinoïden kan beslissen.

 

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 19 februari 2013 - 19:00