Terence Robinson, onderzoeker van de Cornell Universiteit gevestigd in New York had er een duidelijke mening over. Hij was een groot voorstander van intensieve plantsystemen, ook bij peer. Dit gaf hij aan op de IFTA-conferentie, begin deze maand gehouden in Boston (VS). Hij onderbouwde zijn stelling met een plantsystemenproef die op deze universiteit had plaatsgevonden.

Uit de proef bleek dat ook bij intensieve plantsystemen het prima lukte om de bomen niet te groot te laten worden. Na acht jaar was de grootte van de bomen in de meeste intensieve plantsystemen 60 procent van de grootte van de minst intensieve systemen. En de smalle slanke spil was vijf keer productiever dan het systeem met een centrale harttak, het systeem dat het minst productief was. In zijn proef had hij de beste ervaringen met een plantsysteem van 90 cm bij 3,60 m met een lange slanke spil. Ook het systeem met de Bi-baum, met een plantafstand van 1.20 m bij 3.60 m, scoorde goed. Wel had hij problemen met de maat. Goede dunning en watervoorziening zijn nodig om de maat te halen. In het oosten van de VS is bacterievuur wel een belangrijk probleem, hetgeen fruittelers terughoudend houdt om peren aan te planten. Er zijn enkele rassen in de pijplijn die bacterievuur-resistent zijn. Ook is in de VS het gebruik van streptomycine nog toegelaten, ook in de biologische teelt. De onderzoekers verwachten dat dit binnenkort weleens afgelopen kan zijn. Voor groeibeheersing werden dezelfde maatregelen toegepast als in Nederland.

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 12 maart 2013 - 18:30