Afgelopen week stonden de media bol over het rapport van de Gezondheidsraad met betrekking tot risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden van bollenvelden, fruitboomgaarden en andere gewassen. In deze berichtgeving werd vaak een negatief beeld geschetst van de agrarische sector; men deed voorkomen alsof ondernemers te pas en te onpas gewasbeschermingsmiddelen inzetten. De NFO heeft zich bijzonder gestoord aan dit beeld. In reactie op het rapport stuurde Wilma Mansveld, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, vorige week namens het kabinet een brief naar de Tweede Kamer. Hierin staat onder meer dat het kabinet het advies zal overnemen om een meerjarig blootstellingonderzoek te starten onder omwonenden. Op advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zal in 2014 eerst een pilot worden uitgevoerd om de aanpak en de te gebruiken methodieken te testen. Op basis van de pilot kan in 2015 en 2016 een volledig blootstellingonderzoek worden uitgevoerd. Het kabinet neemt ook het advies van de Gezondheidsraad over om, vooruitlopend op de Europese methodiek voor beoordeling van omwonendenrisico’s, het nationale toelatingsbeleid aan te passen. Daarom heeft het kabinet het Ctgb gevraagd om de huidige toelatingen aanvullend te beoordelen met bestaande methodieken voor risico’s voor omwonenden, die in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland worden gebruikt. Daarbij wordt begonnen met de middelen die onder meer in de fruitboomgaarden worden gebruikt. Zodra de Europese autoriteit voor voedselveiligheid een geharmoniseerde Europese methode om omwonendenrisico’s te toetsen heeft vastgesteld, zal het Ctgb deze opnemen in het toetsingskader voor gewasbeschermingsmiddelen.


Tenslotte wil het kabinet voor gevoelige bestemmingen een teeltvrije zone invoeren. Dit is vanuit juridisch oogpunt echter lastig. De Raad van State heeft in 2009 de invoering van een dergelijke maatregel afgewezen, wegens het ontbreken van voldoende wetenschappelijke onderbouwing over de mogelijke effecten op de gezondheid van omwonenden. Het kabinet gaat daarom juridisch advies vragen of het, met het oog op de Richtlijn duurzaam gebruik en het advies van de Gezondheidsraad, mogelijk is nu al teeltvrije zones in te voeren, in het Activiteitenbesluit of in de regelgeving voor de Ruimtelijke Ordening. Als dat niet mogelijk is, zal het kabinet in intensief overleg met de agrarische sector en de agrochemische industrie bekijken wat er op vrijwillige basis mogelijk is.


De NFO vindt het opvallend dat de staatssecretaris eraan voorbijgaat dat bij fruitteelt in veel gevallen al gewerkt wordt met een zone van 50 meter tussen bebouwing en fruitteeltboomgaarden. Vaak is dit ook al verankerd in het bestemmingsplan buitengebied.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 25 februari 2014 - 19:18