Op 29 oktober is het regeerakkoord van Rutte II gepubliceerd. Een eerste screening van het regeerakkoord op elementen die de agrarische bedrijven en in het bijzonder de fruitbedrijven betreffen, levert de volgende opsomming op. Deze is niet uitputtend.

• De agrarische sector is een belangrijke economische motor. Nederland is de tweede exporteur van agrarische producten ter wereld. Agrariërs en tuinders verdienen dus de ruimte om te ondernemen en een fatsoenlijke beloning voor hun bijdragen aan het cultuurlandschap en de natuur

• Nieuwe regering koerst aan op een structurele verlaging per 2017 met 2,5 mld van de regeldruk voor bedrijven, professionals en burgers.

• De dienstverlening door overheden moet beter. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk in 2017 zaken met de overheid– zoals het aanvragen van een vergunning – digitaal afhandelen. Er komt een eenmalige gegevens-uitvraag voor ondernemers die gebruik maken van het Ondernemingsdossier om bedrijfsgegevens uit te wisselen met de overheid.

• Door verlaging van landbouw en daarmee samenhangende budgetten wordt de Europese begroting gemoderniseerd ten gunste van investeringen in innovatie en duurzaamheid.

• De product- en bedrijfschappen worden opgeheven. Publieke taken die nu binnen de publiekrechtelijke organisatie (PBO) worden uitgevoerd, worden ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken. Ondernemers kunnen er voor kiezen de andere taken zoals voorlichting, promotie en belangenbehartiging voor eigen rekening uit te voeren, bijvoorbeeld in een brancheorganisatie. De PBO-heffing worden afgeschaft. De medebewindstaken en autonome publieke taken van de PBO’s voert EZ uit vanaf 2014. Voor de uitvoering van deze taken wordt 31 mln. aan de EZ-begroting toegevoegd.

• Nederland wil internationaal concurrerend blijven en investeringen moeten maximaal renderen. Daarom krijgen de economische gebieden rond de mainports, brainports en greenports prioriteit.

• Bij het natuurbeleid is het Rijk verantwoordelijk voor de kaders en ambities. De provincies zijn verantwoordelijk voor het invullen en uitvoeren van het beleid, zoals in het Natuurakkoord afgesproken.

• De Ecologische Hoofdstructuur wordt afgemaakt met verbindingszones. Er wordt meer tijd voor genomen. Bij evaluatie in 2016 betrekt de overheid de effecten van planologische claims

• Beheer van de bestaande natuur krijgt voorrang. 200 mln. per jaar beschikbaar via het provinciefonds.

• Nog in behandeling zijnde Natuurbeschermingswet wordt aangepast.

• Hedwigepolder wordt toch onder water gezet.

• Ondersteunen samenwerking van organisaties binnen de voedselketen op het terrein van dierenbescherming, consumentenbelangen, landbouw en levensmiddelenhandel.

• Eén provincie: NH, Utrecht en Flevoland. NOP blijft nog buiten deze discussie.

• 10 à 12 waterschappen, waterschapverkiezingen op de dag van verkiezingen provinciale staten.

• Duurzaamheidspakket (compensatie rode diesel) geschrapt voor 2013 en verder.

• Beperken subsidies topsectorenbeleid (46-52 mln. per jaar).

• Bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking (750 mln. per jaar, vanaf 2016 1 mld. per jaar).

• Reductie postennetwerk (landbouwraden).

• 2020 16% duurzame energie, 2050 100% duurzame energie. Mix van SDE+ en mogelijk leveranciers- en bijmengverplichting.

• Kleinschalig duurzaam opwekken van energie wordt fiscaal gestimuleerd door invoering van verlaagd tarief 1e schijf energiebelasting.

• Biomassa wordt hoogwaardig ingezet.

• In het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) doorgaan met actieplan ‘Focus op vakmanschap’, maar op een verantwoord tijdpad. Daarbij betrekt de overheid inkorting en intensivering van de opleidingen en een sterk vereenvoudigde kwalificatiestructuur.

• Per 1 januari 2014 vervallen de beperkingen voor de toegang van Bulgaarse en Roemeense werknemers tot de arbeidsmarkt.

• Handhaven van de preventieve ontslagtoets in de vorm van een verplichte adviesaanvraag aan de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV). Criteria voor rechtmatig ontslag worden nauwkeurig omschreven. De parallelle route via de kantonrechter vervalt. Het UWV gaat het overgrote deel van de aanvragen binnen vier weken afhandelen (is nu zes weken).

• Het verhalen van de eerste zes maanden WW/uitkering op werkgevers vindt geen doorgang. De WW-premies gaan structureel vanaf 1-1-2014 met 1,3 mld. omhoog.

• De ontslagvergoeding bedraagt maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, met een grens van 75.000 euro. Er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.

• Werknemers hebben bij ontslag in de periode tussen twee banen recht op de volgende voorzieningen. Allereerst de bestaande wettelijke opzegtermijn van één tot vier maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband. Daarnaast is de werkgever bij onvrijwillig ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract van minstens een jaar een vergoeding voor scholing in de vorm van een transitiebudget verschuldigd. De omvang van dit budget bedraagt een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van vier maandsalarissen.

• De duur van de WW-uitkering wordt maximaal 24 maanden: 12 maanden gerelateerd aan het laatstverdiende loon en 12 maanden gerelateerd aan het wettelijk minimumloon. In de eerste tien jaar bouwen werknemers per gewerkt jaar één maand WW-recht op, daarna een halve maand per gewerkt jaar. Bestaande rechten voor wat betreft de opgebouwde jaren worden binnen het maximum van de nieuwe systematiek gerespecteerd.

 

De NFO constateert dat het regeerakkoord positieve en negatieve onderdelen bevat. Positief is dat het ontslagrecht wordt aangepakt en dat werkgevers niet meer voor een half jaar de WW moeten doorbetalen zoals in het lenteakkoord was overeengekomen. Positief is ook de verbeterde dienstverlening van de overheid en de toezegging om de regeldruk te verminderen. De bezuinigingen en de lastenverhogingen zullen er voor de agrarische sector sterk inhakken. Voorbeelden van lastenverzwaring zijn de hogere WW-premies. Verder is te zien dat er wordt bezuinigd op innovatie. Landelijk gaat er minder geld naar de topsectoren waarvan de agrarische sector er een is. Ook is de insteek van het kabinet om het budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU te verlagen. Bij deze onderwerpen worden de bezuinigingen verpakt in mooie woorden. Het effect zal er niet minder om zijn. Gezien de bezuinigingen op deze terreinen zal het afschaffen van het PBO extra hard aankomen. Hoe het afschaffen van de PBO precies vorm gaat krijgen is nog niet bekend. De collectiviteit in de sector zal door het verdwijnen van de PBO verder verdwijnen. De NFO vindt dit een slechte zaak.

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 30 oktober 2012 - 19:30