De kans is groot dat de Regeling Gelegenheidsarbeiders per 1 april stopt. Volgens het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL) is het wettelijk niet mogelijk een uitzondering te maken. Het belangrijkste gevolg voor de werkgever is dat voor de groep  gelegenheidsarbeiders dus ook pensioenpremie afgedragen moet gaan worden. Dit komt neer op extra kosten van circa € 0,50 per uur. De NFO eist dat er een oplossing komt die materieel gelijkwaardig is aan de huidige regeling.


Als alternatief wordt ingezet op een wachtperiode van twee maanden. Dit betekent dat iedere werknemer pas na twee maanden dienstverband pensioen opbouwt. Er is hierbij geen sprake van pensioenopbouw met terugwerkende kracht over het totale dienstverband indien langer dan twee maanden wordt gewerkt zoals bij de drempelperiode.


De wachtperiode moet gaan gelden voor alle arbeidscontracten. Het toepassen van de wachtperiode alleen voor werknemers met een wettelijk minimumloon (WML) brengt aanzienlijke juridische risico’s met zich mee en wordt om die reden niet naar voren geschoven. Als onderdeel van de wachtperiode van twee maanden stelt de NFO voor om die periode op te knippen in 320 uur op jaarbasis.


Deze voorstellen zijn dinsdag 4 februari door de sociale partners besproken in de paritaire werkgroep BPL. De vakbeweging heeft in dit overleg aangegeven vooralsnog tegen de invoering van een wachtperiode te zijn. Werkgevers kregen echter de ruimte om het advies over de wachtperiode vóór 5 maart 2014 verder uit te werken. Op zeer korte termijn wordt een nieuwe werkgroep geformeerd die de wachtperiode verder gaat uitwerken. De NFO neemt zitting in deze werkgroep.


Klik hier voor een overzicht van de onderdelen van de huidige en de toekomstige regeling.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 11 februari 2014 - 18:39