Zolang er onduidelijkheid is over de procedure binnen de Europese Unie voor laag risico stoffen en basisstoffen worden RUB-toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen niet ingetrokken. Dat heeft het Ctgb besloten in reactie op een verzoek van staatssecretaris Sharon Dijksma eind juni om de RUB-lijst te handhaven zolang er geen duidelijke Europese criteria zijn opgesteld. Voor de fruitsector gaat het onder andere om de toelating van kalkmelk, Savona-zeep, ER II en kalkstikstof.

 

Door het besluit van het Ctgb wordt voorkomen dat RUB-middelen verdwijnen voordat partijen de kans hebben gekregen hiervoor een Europese toelating te krijgen. Nederland heeft er bij de EU meerdere malen op aangedrongen op korte termijn duidelijkheid te verschaffen over de criteria waaraan de RUB-middelen moeten voldoen. Op dit moment zijn Europese werkgroepen actief om deze criteria vorm te geven. Het is echter nog onduidelijk op welke termijn de Europese Commissie dit proces afrondt.

Op dit moment onderzoeken het Ctgb en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu of deze lijn ook voor biociden kan worden aangehouden.

 

RUB-middelen zijn in Nederland toegelaten als gewasbeschermingsmiddel/biocide, maar hebben geen reguliere toelatingsprocedure ondergaan. In de Europese gewasbeschermingsmiddelenverordening, die in 2011 in werking trad, is vastgesteld dat toelating van middelen zonder dat een risicobeoordeling is gedaan niet meer mag. Als gevolg hiervan gaf het Ctgb begin 2012 al aan dat het de RUB-lijst per 1 juli 2012 wilde intrekken. Na veel protest is dit uitgesteld tot 1 januari 2014 met een opgebruiktermijn tot 1 juli 2015. In de tussentijd zou de Europese Commissie met criteria komen waaraan de toelatingsprocedure van deze laagrisico-middelen moesten voldoen. Inmiddels is er nog steeds onvoldoende bekend over deze criteria.

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 3 september 2013 - 18:13