Tijdens de behandeling van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) heeft de NFO namens de Utrechtse fruittelers opnieuw aandacht gevraagd voor de positie van de fruitteelt. Hoewel het debat zich grotendeels richtte op de veehouderij, benadrukte de NFO dat ook de fruitteelt direct wordt geraakt door keuzes rond natuur, waterkwaliteit en ruimtelijke inrichting.
Directeur Sander Bos sprak namens de NFO zijn waardering uit voor de belangstelling van Provinciale Staten voor de sector, onder meer tijdens het recente werkbezoek aan de fruitteelt in de Kromme Rijnstreek. Daarbij werd nogmaals onderstreept dat de fruitteelt van grote waarde is voor Utrecht: als producent van gezond fruit, beheerder van het karakteristieke landschap en economische drager van het landelijk gebied.
Maatwerk noodzakelijk
De NFO wees erop dat fruitteeltbedrijven een eigen positie hebben binnen de landbouw. Een boomgaard wordt aangelegd voor tientallen jaren en investeringen werken lang door. Daarom zijn generieke maatregelen niet altijd passend.
Positief is dat Provinciale Staten eerder hebben uitgesproken dat maatwerk nodig is voor de fruitteelt. Ook is het gesprek met de provincie over feitengebaseerde maatregelen nog gaande.
De NFO deed tijdens de inspraak drie concrete oproepen:
1. Zorg voor een goede feitelijke basis
Voor aanvullende beperkingen ontbreekt momenteel nog een sectorspecifieke onderbouwing. De gevolgen voor natuur, water en bedrijfsvoering moeten eerst zorgvuldig in beeld worden gebracht. Zolang die onderbouwing ontbreekt, moeten geen nieuwe generieke beperkingen voor de fruitteelt worden ingevoerd.
2. Maak maatwerk concreet en uitvoerbaar
Betrek de fruitteelt actief bij de verdere uitwerking van beleid. Maak duidelijk welke doelen worden nagestreefd, welke prestaties van ondernemers worden verwacht en hoe die bijdragen worden beoordeeld. Alleen dan ontstaat beleid dat zowel effectief als uitvoerbaar is.
3. Regel flankerend beleid vooraf
Wanneer provinciale maatregelen de ontwikkeling of voortzetting van een fruitteeltbedrijf beperken, moet vooraf duidelijk zijn welke instrumenten beschikbaar zijn. Denk daarbij aan vrijwillige verwerving, verplaatsing, omschakeling of een passende financiële regeling.
Ruimte voor de volgende generatie
De NFO benadrukte dat fruittelers volop werken aan verdere verduurzaming en willen bijdragen aan de opgaven voor natuur, water en klimaat. Tegelijkertijd hebben ondernemers behoefte aan duidelijkheid over de voorwaarden waaronder zij kunnen blijven investeren en hun bedrijf kunnen doorgeven aan de volgende generatie. Juist in Utrecht, waar relatief veel jonge fruittelers investeren in de toekomst.
De boodschap aan Provinciale Staten was daarom helder: geef de fruitteelt een volwaardige plaats in het toekomstige beleid voor het landelijk gebied en zorg voor maatwerk dat zowel bijdraagt aan maatschappelijke doelen als perspectief biedt voor gezonde fruitteeltbedrijven.
Salamitactiek
Als 40e inspreker was het zaak om de aandacht in de zaal vast te houden. Daarom gebruikte de NFO met een knipoog de beeldspraak van de ‘salamitactiek’. Daarmee wordt bedoeld dat de land- en tuinbouw stap voor stap wordt geconfronteerd met nieuwe beperkingen voor de ondernemersruimte. Elk afzonderlijk voorstel lijkt misschien nog te overzien, maar opgeteld ontstaat een steeds groter pakket aan maatregelen dat grote gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.
De boodschap aan Provinciale Staten was helder: beoordeel niet alleen de afzonderlijke plakjes worst, maar kijk vooral naar het geheel. Want waar losse besluiten nog te verteren zijn, dreigt het totaalpakket voor veel ondernemers uiteindelijk niet meer door te slikken te zijn.
Foto: Begin juli brachten leden van Provinciale Staten een bezoek aan enkele fruitteeltbedrijven in de Kromme Rijnstreek.

