De NFO roept haar leden op te reageren op het nieuwe wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in Balans. Het belangrijkste bezwaar van de NFO ligt in het feit dat het kabinet na 2020 tijdelijke arbeid fors duurder wil maken. Dit om werkgevers te bewegen meer mensen in vaste dienst te nemen. Voor fruittelers is dit een zeer onwenselijke situatie, omdat het meeste werk juist seizoenswerk is en nooit een vaste baan gaat worden.
De NFO roept haar leden op te reageren op de plannen door een reactie in te dienen op de internetconsultatie, die de overheid hiervoor heeft opengesteld.

Het is goed om in eigen woorden te reageren, maar om u hierbij te helpen vindt u hier de reactie van LTO Nederland op het wetsvoorstel. De reactie van LTO-Nederland wordt volledig onderschreven door de NFO. Is ook opgesteld in nauwe samenspraak met de NFO.  De bezwaarpunten van de NFO zijn kort samengevat:

  • Het wetsvoorstel maakt tijdelijke contracten veel duurder in de hoop dat er meer vaste contracten komen. Het duurder worden van bijvoorbeeld de perenoogst van drie weken gaat echt niet leiden tot meer vaste contracten. Dit maakt alleen onze kostprijs hoger en hierdoor onze concurrentie positie ten opzichte van de ons directe omringende landen als België (Conference) en Duitsland (Elstar) slechter;
  • het wetsvoorstel biedt geen oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt. Het neemt bijvoorbeeld de verplichting voor werkgevers om loon door te betalen bij ziekte niet weg, noch de papieren rompslomp na die periode van twee jaar. Als de overheid echt iets veranderen op de arbeidsmarkt dan moet er iets gedaan worden aan alle verplichtingen bij vaste contracten voor de werkgevers.
  • Een belangrijke maatregel om tijdelijke en flexibele contracten duurder te maken is de invoering van één landelijke ww-premie voor vaste contracten en één landelijke ww-premie voor tijdelijke en flexibele werknemers en het gelijktijdig afschaffen van de sectorfondsen. Dit betekent één hoge premie en één lage premie voor alle sectoren in Nederland en één fonds in Nederland. NFO en al zijn leden zijn daar mordicus tegen. NFO wil het huidige systeem behouden, waarbij de premie-opbrengsten in balans zijn met de kosten aan ww-uitkeringen die uit dat fonds gaan.
    De agrarische sector wil niet meer opbrengen dan er kosten gemaakt worden aan ww-premies in de agrarische sector. De agrarische sector wil niet gaan betalen voor de ww in andere sectoren als de bouw, de uitzendbranche, etc. De agrarische sector wil ook dat flexibele en tijdelijke contracten niet meer gaan opbrengen dan de schadelast die ze veroorzaken. De overheid wil op deze wijze weer een nieuwe ordinaire belastingmaatregel invoeren.
  • het duurder maken van tijdelijke arbeid zorgt vooral bij fruittelers, die vanwege natuurlijke en klimatologische omstandigheden per definitie geen vast jaarrond contract kunnen geven, tot forse en niet acceptabele kostenstijgingen;
  • de eerste berekeningen laten zien dat werkgeverslasten door bovengenoemde twee maatregelen met minimaal 5% zullen stijgen. Een onaanvaardbare kostenstijging voor de werkgevers zonder dat werknemers hiervan zullen profiteren;
  • dit zorgt ervoor dat de concurrentiepositie van fruittelers t.o.v. collega’s in buurlanden verzwakt;
  • door de ww-premie voor scholieren en studenten die maximaal 8 aaneengesloten weken werkzaam zijn en voor BBL-ers met een (tijdelijke) leer-werkovereenkomst te verhogen zullen veel scholieren, studenten en BBL-ers hun bijbaan of leerwerkplek verliezen. Mede in combinatie met de verhoging van het minimumjeugdloon zullen de loonkosten fors stijgen. Fruittelers willen dat scholieren en studenten onder de lage ww-premie vallen. Het zijn voor scholieren en studenten bijbaantjes. Deze gaan beslist geen beroep op de ww doen.
  • de opbouw van de transitievergoeding vanaf dag 1 zorgt in veel sectoren voor een extra kostenstijging voor werkgevers die verder niet gecompenseerd wordt. Er moet een uitzondering komen voor scholieren, studenten, seizoenarbeiders en anderen die op tijdelijke basis seizoenswerk verrichten. Binnen de regeling Seizoenarbeid gaat het om contracten tot maximaal 6 maanden. De reden voor de uitzondering is dat de transitievergoeding bedoeld is voor de overgang naar een andere baan. Seizoenwerkers zien dit werk als tijdelijk en verrichten dit werk vaak jaar in jaar uit. Een transitievergoeding is dus niet nodig. Immers de kosten voor overgang naar ander werk worden dus niet gemaakt.
  • Oproeptermijn van vier dagen bij oproep krachten is voor de fruitsector niet werkbaar. NFO wil dat er een uitzondering komt voor pieken in werk vanwege natuurlijke en klimatologische omstandigheden. Sommige werkzaamheden zijn om voornoemde redenen gewoon moeilijk te plannen. Een tot nu toe wordt de huidige structuur in veel gevallen  als prettig ervaren.

Lees ook het bericht ‘Geen steun voor kabinetsplan seizoensarbeid’ op nfofruit.nl.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 1 mei 2018 - 18:06