De NFO wil een financieel gelijkwaardige regeling als opvolger van de huidige gelegenheidswerkregeling die op 1 april aanstaande afloopt. De werkgevers hebben voorstellen voor een alternatieve regeling op tafel liggen, maar daarover moeten zij nog onderhandelen met de vakbeweging. Daarna moet het bestuur van het Bedrijfs Pensioenfonds voor de Landbouw (BPL) de alternatieve regeling nog overnemen. De NFO begrijpt dat de tijd begint te dringen omdat het oogstseizoen voor de vollegrondsgroenten en het houtig kleinfruit zo weer voor de deur staat.

Wat is er eigenlijk aan de hand met de regeling voor gelegenheidswerk? Alle werkgevers aangesloten bij het BPL hebben onlangs een brief ontvangen dat BPL per 1 april stopt met de pensioenpremievrijstelling voor gelegenheidswerk. Het fonds motiveert zijn besluit door te zeggen dat de huidige regeling niet goed verankerd is in het pensioenreglement waardoor er pensioenrechten kunnen worden opgebouwd waarvoor geen premies betaald zijn. Dit besluit betekent dat er over gelegenheidswerk vanaf 1 april pensioenpremie moet worden betaald. Let wel: alle andere voordelen van de regeling blijven overeind staan zoals het wettelijk minimum loon, de lage WW-premie voor scholieren en studenten en de vrijstelling van de Colland-premies.

Toen het besluit over het gelegenheidswerk bekend werd, heeft de NFO onmiddellijk aangedrongen op het instellen van een werkgroep om dit te repareren. Zij motiveerde dit als volgt: geen fruitteler zit erop te wachten dat de kosten per uur voor een volwassen gelegenheidsarbeider met een kleine euro omhoog gaan. Ook de gelegenheidsarbeider zit niet te wachten op de opbouw van 16 euro pensioenrechten in achttien weken, waarvoor hij ook nog premie moet betalen. Het pensioenfonds zou deze kortwerkende werknemers niet eens in zijn administratie moeten willen hebben, omdat deze gelegenheidswerkers veel administratieve kosten met zich meebrengen, die een negatief effect hebben op het rendement van het fonds. Deze medewerkers moeten in de pensioenadministratie blijven zitten ook al hebben ze maar acht weken gewerkt. Dit gaat ten koste van pensioenuitkering van de vaste medewerkers die het pensioen bij BPL hebben ondergebracht.

Volgens de NFO en de andere werkgevers moet de oplossing gevonden worden in het vrijstellen van dit type arbeid voor opname in het pensioenfonds. De NFO wil duidelijkheid en roept alle partijen op om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen en de oude regeling in de lucht te houden totdat er een nieuwe acceptabele regeling is.

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 28 maart 2014 - 09:24