In het Nederlandse oppervlaktewater komen flink minder bestrijdingsmiddelen voor dan enkele decennia geleden, maar de behaalde winst dateert voornamelijk van vóór 2001; de laatste tien jaar is weinig verbetering meer geboekt. Dat stellen Geert de Snoo en Martina Vijver van de Universiteit Leiden in hun boek ‘Bestrijdingsmiddelen en waterkwaliteit’.

 

Slechts 1 à 2 procent van het landbouwareaal zorgt voor de grootste problemen wat betreft emissie. Het betreft met name de afwateringsgebieden in de regio’s Delfland, Rijnland (Zuid-Holland) en de Bommelerwaard (Gelderland). De teelten waar het hier om gaat zijn die van maïs en bollen en de teelt in kassen.

De onderzoekers stellen dat teeltvrije zones van 1,5 m en de invoering van 90 procent driftreducerende doppen nog tot verbetering van de algemene waterkwaliteit kunnen leiden. In de probleemgebieden zou een gebruiksverbod opgelegd kunnen worden of met de sector een termijn afgesproken kunnen worden waarbinnen de problemen opgelost kunnen worden.

NFO-directeur Siep Koning is het eens met de gepresenteerde cijfers, maar noemt de oplossingen onzin. “De belangrijkste vervuiler in de genoemde gebieden is echt de glastuinbouw, en dat los je op met een gesloten kas systeem en niet met oplossingen voor open teelten.”

Op de website www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl is meer informatie over dit onderzoek te vinden.

 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 3 juli 2012 - 17:30