Het British Institute of International and Comparative Law onderzocht in een aantal EU-landen hoe lidstaten invulling geven aan eerlijke handel in de voedselketen. Oneerlijke handel doordat de retailers te veel inkoopmacht hebben tegenover voedselproducenten, wordt door veel landen als een zorg gezien. Het instituut stelt dat de huidige mededingingswetgeving tekortschiet voor een eerlijke handel in een voedingsketen en de EU meer rekening zou moeten houden met machtsongelijkheid in de mededingingswetgeving. In landen als Frankrijk, België en Slovenië ondertekenen de ketenpartners al een code van goede handelspraktijken. De strenge voorschriften waaraan grote retailers zich in het Verenigd Koninkrijk moeten houden, worden een goed voorbeeld genoemd. De EU zou veel meer moeten aandringen bij alle lidstaten om codes van goede handelspraktijken te ontwikkelen of zelf met een Europese code moeten komen En vervolgens moeten toezien op de naleving ervan toezien.

Nederland wordt gezien als een land waar bij het proces om tot een eerlijke handel door middel van het opstellen van een code te komen nog heel weinig vooruitgang geboekt is. Zonder druk van partijen zoals de overheid lijkt dat in ons land er ook niet te komen. Andere EU-landen lopen met het komen tot eerlijke handel echt voor.

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 17 augustus 2012 - 12:00