De SER adviseert de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via een brief om werkgevers en werknemers van een bepaalde sector zelf te laten besluiten over een regeling bij onwerkbaar weer. De SER wil geen uniforme regeling. De NFO is het daar geheel mee eens.

In Nederland bestaan verschillende termijnen voordat men een beroep kan doen op de cao-regeling in geval van onwerkbaar weer. De sector land- en tuinbouw kent een wachttijd van zes weken (dertig werkdagen). Dit laatste komt in de praktijk in veel winters neer op het niet hanteren van een regeling. Iedere sector, dat wil zeggen decentrale cao-partijen, maakt hierin zelf de afweging. De NFO wil voorkomen dat er een groot beroep gedaan wordt op het WW-fonds waardoor de WW-premie omhoog moet. Ook voelt de NFO er niets voor om te moeten meebetalen aan het vorstverlet van andere sectoren  die gevoeliger zijn voor onwerkbaar weer. 

Dit bericht is geplaatst op maandag 29 september 2014 - 14:05