Op 25 september bezochten potentiële lijsttrekkers en Statenleden uit Gelderland het Fruit Research Centre (FRC) in Randwijk. De oogst vormde in een zonovergoten boomgaard de achtergrond voor een gesprek over de opgaven en kansen voor de fruitteelt.
De NFO organiseerde het werkbezoek. Aanwezig waren Mies Pabon (BBB), David Eissens (Volt) en Huib Fienieg (50PLUS). Bertil Rebel sloot namens Regio Rivierenland aan. Jan Peeters verzorgde de rondleiding en legde steeds de verbinding tussen de teeltpraktijk en de werkbaarheid van beleid. De Betuwe, goed voor ongeveer een derde van de Nederlandse fruitproductie, vormde een passend decor voor dit gesprek. De brede fruitteelt stond centraal: de mogelijkheden om te blijven produceren, te verduurzamen en te innoveren, binnen een markt die telers ook een perspectief biedt.
De appelteelt op de proeftuin bood een concreet voorbeeld van de afwegingen waar de sector voor staat. Een centrale vraag was hoe de wens om meer biologisch te telen zich verhoudt tot voedselzekerheid en het behoud van voldoende Nederlandse appelproductie. Biologische teelt is waardevol en heeft een eigen plaats in de sector. Hogere ambities vragen ook aandacht voor de gevolgen voor opbrengst, risico’s, kosten, beschikbare middelen en afzet. De productiviteit per hectare kan niet onbeperkt stijgen.
Nederlandse telers voorzien, inclusief verwerkt fruit, momenteel in ongeveer de helft van de binnenlandse appelconsumptie. Voor biologisch fruit ligt dit aandeel nog lager. De vraag hoeveel Nederlandse appels we in de toekomst zelf kunnen blijven telen, hoort daarom nadrukkelijk bij het debat. Dit krijgt extra betekenis doordat slechts 20 procent van de consumenten voldoende fruit eet en gemiddeld ongeveer één appel per week eet, in plaats van de bekende appel per dag.
Tijdens de rondgang kwamen de verschillen tussen teeltsystemen, rassen en opbrengstmogelijkheden aan bod. Nieuwe weerbare appelrassen bieden perspectief. Zij kunnen de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen helpen verkleinen en moeten passen bij de teler, de keten en de consument. Veredeling vraagt bovendien tijd. Dat onderstreept het belang van ruimte voor innovatie en een realistisch tempo in beleidsdoelen, voor alle onderdelen van de fruitteelt.
Ook de stapeling van opgaven kwam ter sprake. Voldoende water, waterkwaliteit en de mogelijkheid om water vast te houden zijn voor de fruitteelt onmisbaar. De groep sprak verder over regelgeving rond gewasbescherming, verschillen met omringende landen en de betekenis daarvan voor een gelijk speelveld. Faunaschade en het eigen risico voor telers vroegen eveneens aandacht.
Tijdens de rondgang werden verschillende appelrassen geproefd. De proeverij maakte de verschillen in smaak, structuur en potentie duidelijk. Zo kwam het gesprek terug bij waar het om draait: ook in de toekomst voldoende smakelijk en gezond fruit van Nederlandse bodem.
Het werkbezoek leverde nieuwe inzichten op en vormt de basis om het gesprek de komende tijd voort te zetten.


