Provinciale Staten kiezen voor gezamenlijke aanpak KRW-doelen met fruitteeltsector

09 juli 2026

Provinciale Staten van Utrecht hebben op 8 juli met grote meerderheid een motie aangenomen die het college oproept om de resultaten van de lopende Joint Fact Finding niet alleen te benutten voor provinciaal beleid, maar in gezamenlijkheid met fruittelers en de waterschappen te zoeken naar het behalen van de KRW-doelen.

De motie werd met 43 stemmen voor en 3 tegen aangenomen. De motie werd ingediend door SGP, D66, BBB, VVD, CDA en 50PLUS. Aanleiding was onder meer het werkbezoek van Provinciale Staten aan de Utrechtse fruitteelt op 1 juli. Tijdens dat bezoek werd uitgebreid gesproken over de gevolgen van provinciaal beleid voor fruitteeltbedrijven. Ook gaven telers aan graag mee te denken over uitvoerbare oplossingen om de waterdoelen te realiseren.

Bestendiging van samenwerking

Tijdens de behandeling van de motie sprak gedeputeerde Has Bakker zijn waardering uit voor de samenwerking met de fruitteeltsector. Hij gaf aan dat de provincie op dit moment ‘hartstikke goed optrekt met de fruittelers’ en noemde de motie een ‘mooie bestendiging’ van die samenwerking.

Volgens de gedeputeerde vormt de Joint Fact Finding de eerste stap en moet nu gezamenlijk worden gekeken hoe de doelen in de praktijk kunnen worden bereikt. Daarbij verwees hij ook naar het landelijke convenant dat momenteel in ontwikkeling is.

Join Fact Finding is een proces waarbij alle betrokken partijen samen data en onderzoeken verzamelen. Het doel is om objectieve data te genereren en zo een objectieve basis te creëren voor provinciaal beleid.  

Naar aanleiding van een vraag van Volt benadrukte de gedeputeerde dat de motie geen wijziging aanbrengt in de KRW-doelen of de ambities rond gewasbescherming. Die doelen blijven onverminderd van kracht. De provincie wil juist samen met de fruitteeltsector en andere betrokken partijen bekijken hoe deze doelen op een uitvoerbare en effectieve manier kunnen worden gerealiseerd.

Voor de Utrechtse fruitteelt is de aangenomen motie een belangrijk bestuurlijk signaal. Provinciale Staten spreken hiermee uit dat de niet alleen de uitkomsten van de Joint Fact Finding als basis dienen voor provinciaal beleid, maar dat ook de  praktijkkennis van fruittelers en de expertise van de waterschappen worden benut.

De sector ziet een belang om vanuit onderzoek van het ‘verse’ grondwater, zoals binnen het freatische grondwaternetwerk van de provincie gebeurt en zoals Vitens het early warning systeem heeft in haar grondwater beschermingsgebieden, een koppeling te maken met de spuitschema’s van telers.  Op deze wijze ontstaat kennis welke middelen wel en niet terug te vinden zijn in het verse grondwater, maar ook kennis over de middelen die men in het grondwater onder percelen aantreft, maar welke niet toegepast zijn door te teler. Dit kunnen stoffen zijn die door infiltratie of irrigatie aangevoerd zijn. Deze discussie gaat breder dan allen bestrijdingsmiddelen, omdat het zinvol is om ook medicijnresten en overige vervuilingen te monitoren. Vanuit deze kennis wordt een goed beeld opgebouwd welke stoffen de fruitsector eventueel toevoegt aan het grondwater, maar ook welke bedreigingen op de loer liggen voor wat betreft aangevoerde stoffen.

De sector stelt zich als doel om op het gebied van oppervlaktewater zeer nauw samen te werken met de betrokken waterschappen.  Dit is in hoofdzaak Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.  Op het gebied van grondwater ziet de sector het belang om op te trekken met provincie en waterleidingmaatschappijen.

Hoe nu verder?

Het proces rondom Joint Fact Finding is nog niet afgerond. Op dit moment wordt gewerkt aan een rapportage waarin de gezamenlijke feiten en bevindingen worden vastgelegd. Deze rapportage wordt eerst besproken en geduid binnen de NFO-Taskforce Gewasbescherming.

Daarna worden NFO-leden uiteraard geïnformeerd over de belangrijkste uitkomsten en de vervolgstappen. De komende periode blijft de NFO zich inzetten voor een aanpak die bijdraagt aan de KRW-doelen én uitvoerbaar is voor fruitteeltbedrijven. Daarbij blijven samenwerking, feitelijke onderbouwing en een praktisch haalbare uitvoering het uitgangspunt.