Een fruitteler in Sevenum mag zijn arbeidsmigranten blijven huisvesten op het eigen bedrijf. Sinds 2014 werd zijn vergunning door een omwonende aangevochten tot aan de Raad van State toe. De argumenten, dat het woon- en leefklimaat en de brandveiligheid niet in orde zouden zijn, zijn door de bestuursrechter verworpen.
De fruitteler kreeg in 2014 vergunning voor het huisvesten van zestien arbeidsmigranten in een verbouwd bedrijfsgebouw. Volgens het college van de gemeente Horst en Maas voldoet het bedrijfsgebouw aan het geldende bestemmingsplan ‘Huisvesting arbeidsmigranten’. De aanklager, de eigenaar van het naastgelegen bedrijfspand, vindt echter dat een goed woon- en leefklimaat niet is verzekerd voor de arbeidsmigranten. Onder andere omdat het gebouw in de spuitzone van het fruitbedrijf ligt. De aanklager mag zelf geen woning bouwen op zijn terrein vanwege de spuitzone van het naastgelegen fruitbedrijf. Dat speelt geen rol vindt de rechter. Bij huisvesting op agrarische percelen, zoals bij bedrijfswoningen, is doorgaans sprake van een minder goed woon- en leefklimaat dan bij burgerwoningen vanwege de hinder van het bedrijf. Daarom heeft de gemeente de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van de arbeidsmigranten aanvaardbaar geacht. Op het perceel van de buurman is geen woonfunctie toegestaan, waardoor de situatie niet vergelijkbaar is.
Ook wat betreft brandveiligheid gaat de bestuursrechter niet mee in de argumenten van de aanklager. De rechter vindt dat hij alleen kan opkomen voor zijn eigen belangen, maar niet voor die van een ander. Daarom heeft de rechter niet inhoudelijk naar dit punt gekeken.
Conclusie is dat de Sevenumse fruitteler zestien arbeidsmigranten mag blijven huisvesten op zijn bedrijf.

Bron: rechtspraak.nl

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 21 maart 2017 - 18:51