Met de trein kunnen producten uit Nederland binnen veertien dagen in China staan, terwijl dit vervoersmiddel slechts anderhalf keer zo duur is als de boot. De Chinese vraag naar versproducten blijft de komende jaren stijgen, maar wil Nederland blijven leveren, dan zal het zelf de mogelijkheden van export moeten uitzoeken. Dat zei LEI-onderzoekster Xiaoyong Zhang vorige week tijdens het koninklijk staatsbezoek aan China. In een gezamenlijk onderzoek analyseerden WUR en Rabobank de ins en outs van treinvervoer naar China. Wetenschapper Alex van Schaik, die vanuit WUR bekend is met dit onderzoek, legt uit dat de doorgang door Rusland een lastig punt is. Allereerst ligt er het probleem van de Russische boycot. Vervoer door Rusland van geboycotte producten is vooralsnog niet toegestaan. Een zaak waar een politieke oplossing voor gezocht moet worden. Vooralsnog worden deze sancties ook voor 2016 gehandhaafd.
Een ander punt is dat de spoorbreedte bij de Russische grens wisselt, waardoor wagons overgeladen moeten worden. Daarbij mag de koelketen van versproducten niet onderbroken worden. Omdat de treinen niet beschikken over elektriciteitsvoorziening moeten de reefercontainers beschikken over een dieselgenerator met voldoende brandstofvoorraad van goede kwaliteit.
Om te kijken hoe de keten in China er uit ziet, staat begin december een studiereis gepland waarbij eventueel de treinterminal in Chongqing met de bijbehorende distributiecentra worden bezocht.  In deze industriestad worden de douanecontroles uitgevoerd.
Tot slot voert WUR voor logistieke vraagstukken kwaliteitsonderzoek uit omtrent het transport en de distributie van peren naar en binnen China. Zo oppert Van Schaik dat transportschade een potentieel kwaliteitsprobleem voor peren kan zijn bij vervoer met de trein. Door het voortdurende schudden van de trein zou mogelijk schilbeschadiging kunnen optreden. Dit aspect is echter nog niet opgenomen in het onderzoeksprogramma. 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 3 november 2015 - 18:07