Na zes jaren aandringen van de NFO zijn de schadelastcijfers van het Wachtgeldfonds voor de agrarische en groene sector, eindelijk boven tafel. De NFO eist nu dat er bij toekomstige vaststellingen van WW-premies rekening gehouden wordt met deze cijfers. Het kan en mag niet zo zijn dat er premies opgehaald worden voor verzekeringen die geen enkele relatie hebben met de schadelast.

Voor de NFO begon de discussie pas echt in 2007. Die was toen vooral toegespitst op gelegenheidswerk. De toenmalig minister van Sociale Zaken, Aart Jan de Geus (CDA), kwam op het onzalige idee om gelegenheidswerk, behalve voor scholieren en studenten, onder de hoge WW-premie te brengen en niet onder de lage premie, hetgeen tot die tijd gebruikelijk was. De meerkosten per uur zijn 0,59 cent (jaar 2012). Per hectare is dit 118 euro extra kosten bij de oogst van hardfruit. Ook toen was de redenatie van de NFO simpel: door de korte duur van gelegenheidswerk doen gelegenheidswerkers nauwelijks een beroep op de achterliggende werkloosheidsverzekeringen. Het is niet rechtvaardig dat voor deze dienstverbanden de hoge WW-premie wordt opgehaald.

Nadien is er veel veranderd. De inning van de premies is overgaan van het UWV naar de Belastingdienst. Ook na herhaald aandringen van de NFO was het voor de Belastingdienst en het UWV niet mogelijk om een verband te leggen tussen premies die betaald worden en de uitkeringen die op basis van deze verzekeringen plaatsvonden. Uiteindelijk werd door druk van de NFO, mede ondersteund door LTO, door de Sectorraad agrarische en groen het CBS ingehuurd om deze cijfers boven tafel te krijgen. Beperken we ons tot het gelegenheidswerk dan blijken er in 2012, het jaar waarop het onderzoek betrekking heeft, in totaal 41.000 gelegenheidswerkers te zijn geweest die in totaal goed waren voor 55,3 miljoen euro brutoloon. Ruim 93 procent van alle gelegenheidswerk vindt plaats in de deelsector open teelten, waaronder de fruitteelt valt. De schadelast van de gelegenheidswerkers blijkt in 2012 volgens het rapport heel beperkt te zijn. 192 gelegenheidswerkers ontvingen een WW-uitkering, vijf mensen ontvingen een ZW-uitkering en geen enkele gelegenheidswerker kreeg een uitkering in het kader van de WGA (Regeling werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten). Op basis van deze getallen kan er berekend worden wat het saldo is. Het rapport is veel breder dan alleen het GLW. Het geeft onder meer veel bruikbare informatie bij de bepaling van de WW-premies voor volgend jaar. De NFO eist, en ziet er op toe, dat met deze cijfers rekening gehouden wordt.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 18 maart 2014 - 08:40