De huidige termijn voor vervanging van asbest tot 1 januari 2024 is in het huidige tempo en met de huidige middelen niet haalbaar. In drie amendementen pleit SGP-kamerlid Chris Stoffer voor uitstel van het asbestverbod tot 1 januari 2026, voor meer financiële middelen en voor het saneren op basis van risico.
Op dit moment moet nog zeker 80 miljoen m2 aan asbesthoudende daken worden gesaneerd, terwijl in heel 2017 slechts 11 miljoen m2 gesaneerd is. Dit tempo is verre van voldoende om alle asbestdaken voor 2024 gesaneerd te hebben. Daarbij stelt Stoffer dat het aantal asbestsaneerders daalt vanwege uitstroom naar de bouw. Om te zorgen dat iedereen aan het komende verbod kan voldoen zou twee jaar uitstel nodig zijn. Ook het indelen van risicogroepen kan helpen het asbest op risicovolle locaties eerst te saneren. Asbest op locaties waar weinig risico voor de volksgezondheid is, kan voorzien worden van een coating. Voor dergelijke daken kan een uitzondering of een langere overgangstermijn gemaakt worden.
Tot slot verwacht Stoffer dat bij een verbod op 1 januari 2024 de prijzen van het saneren, vanwege de schaarse saneringscapaciteit, sterk zullen gaan oplopen. Dat is ongewenst en de overheid zal bij het instellen van een verbod ook om deze reden rekening moeten houden met de saneringscapaciteit.

Regeringspartijen CDA en VVD willen in aanloop naar het asbestverbod een vinger aan de pols houden. Kamerleden Maurits von Martels (CDA) en Erik Ziengs (VVD) dienden een gezamenlijk amendement in waarin wordt verzocht om een evaluatiemoment voor 1 januari 2022. De Kamer kan dan meekijken hoe de voortgang van de asbestsanering verloopt en waar nog moeilijkheden liggen.

Woensdag, 17 oktober, debateert de Tweede Kamer over het asbestverwijderingsbesluit.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 16 oktober 2018 - 16:49