Per 1 november 2017 gelden nieuwe regels voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. In dit bericht worden de wijzigingen nog een keer samengevat. Op ieder agrarisch bedrijf waar professionele gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, moet iemand aanwezig óf beschikbaar zijn met een Bewijs van Vakbekwaamheid ‘Bedrijfsvoeren’ (voorheen spuitlicentie 2). Dit was eerst ‘Uitvoeren’ (spuitlicentie 1). Dit hoeft niet de agrarisch ondernemer zelf te zijn. Het kan via functie- of taakomschrijving, waar verantwoordelijkheden in zijn vastgelegd, ook gedelegeerd worden aan een of meer medewerkers. Het moet voor de handhaving wel duidelijk zijn wie verantwoordelijk is.
Hierop gelden enkele uitzonderingen:

  • een agrarisch ondernemer die geboren is voor 01-01-1996, geen medewerkers in dienst heeft die professionele gewasbeschermingsmiddelen toepassen en dus alles aantoonbaar zelf doet. Hij of zij kan volstaan met het Bewijs van Vakbekwaamheid ‘Uitvoeren’.
  • Enkele specifieke middelen mogen worden uitgevoerd door medewerkers, zonder Bewijs van Vakbekwaamheid ‘Uitvoeren’. Hiervoor moet dan wel gewerkt worden volgens een vooraf op te stellen veiligheidsinstructie. Voor de glastuinbouw gaat dit om middelen in de categorie stekpoeders (bijv. Rhizopon) en na-oogstbehandelingen (bijv. Chrysal e.d. mits deze oplossing klaargemaakt is door iemand met een geldig Bewijs van Vakbekwaamheid).
  • Als toepassingen van professionele gewasbeschermingsmiddelen worden uitgevoerd op het bedrijf door een extern erkend loonbedrijf dat beschikt over de juiste bewijzen van vakbekwaamheid, hoeft de agrarisch ondernemer niet aan de eis van Vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren te voldoen.

Ga eenvoudig na wat voor uw bedrijf geldt.

Dit bericht is geplaatst op Tuesday 11 December 2018 - 17:43