In het voorjaar werd in vruchten van wilde planten en siergewassen geen suzuki-fruitvlieg gevonden, maar later in het jaar spelen deze planten wel degelijk een rol bij de voortplanting van de vliegjes. In een uitgebreid onderzoek in 2014 en 2015 verzamelde PPO rijpe vruchten van tachtig verschillende plantensoorten. Door de vruchten enkele weken in kooien te houden, kon worden vastgesteld of er zich fruitvliegen ontwikkelden. De suzuki-fruitvlieg bleek zich op ruim vijftig verschillende soorten voort te planten. Uit sommige vruchten, zoals die van de vuurdoorn of cotoneaster, kwamen maar weinig volwassen vliegen. Deze vruchten zijn blijkbaar niet zo aantrekkelijk voor eileg of weinig geschikt voor de ontwikkeling van de larven. Andere soorten blijken bijzonder geschikt als waardplant. Zo leverden wilde bramen per kg gemiddeld 2.000 suzuki-fruitvliegen. Omdat wilde bramen in het Nederlandse landschap ook nog eens zeer veel voorkomen, speelt de soort een belangrijke rol bij de opbouw van de suzuki-fruitvlieg. Hetzelfde geldt voor de vlierbessen. Laurierkers komt veel voor in openbaar groen en tuinbeplantingen. Vuilboom, wegedoorn en kornoeljes komen nogal eens voor in hagen. De meeste van deze soorten dragen pas laat in het jaar vruchten, of leverden pas in de loop van de zomer suzuki-fruitvliegen op. Dit was in alle gevallen ruimschoots nadat aantasting op de kersen optrad. 

Dit bericht is geplaatst op maandag 14 maart 2016 - 09:25