‘Telersverenigingen die GMO-subsidie ontvangen, moeten de regie houden over hun afzet. Ook moeten ze erop toezien dat de leden hun leverplicht nakomen. Doen ze dat niet, dan kan dat verstrekkende financiële gevolgen hebben voor de leden. Het is denkbaar dat zij dan de ten onrechte verkregen GMO-gelden moeten terugbetalen.’ Dat schrijft Eric Janssen van Dirkzwager advocaten & notarissen in Coöperatie, een uitgave van de Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw.

Een telersvereniging die geen regie heeft over de afzet, handelt volgens Janssen in strijd met de erkenningcriteria voor GMO-subsidie. Voor een nationale toezichthouder, zoals het PT, kan dat aanleiding zijn de subsidie te stoppen. Dat overkwam telersvereniging FresQ en eerder ook de coöperatie Batavia. FresQ en Batavia, actief in zowel groenten als fruit, verspeelden hun recht op GMO-subsidie omdat zij niet de leiding hadden over de afzet van de producten van hun leden. In het geval van Batavia verkocht een aantal leden haar producten buiten de vereniging om. Het PT trok de erkenning in en de vereniging moest de reeds uitgekeerde GMO-subsidie per die datum terugbetalen. Ook bij FresQ ontbrak het aan leiding bij de afzet. De erkenning werd niet opgeheven, maar de Europese Commissie onttrok de GMO-subsidie die FresQ had ontvangen aan de gemeenschappelijke financiering. Dit betekent dat Nederland de subsidie moet terugbetalen aan Europa.
De les die volgens Janssen getrokken kan worden, is dat erkende producentenorganisaties ervoor moeten zorgen dat aan de erkenningcriteria wordt voldaan.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 27 maart 2014 - 14:02