Plant Research International (PRI) kreeg toestemming van de Commissie voor Genetische Modificatie (COGEM) voor een veldproef met roodvlezige appelrassen die tot stand gekomen zijn door middel van cisgenese. COGEM geeft in een brief aan staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu positief advies ten aanzien van de vergunningaanvraag. Het gaat om Junami- en Gala-bomen waarbij het gen dat verantwoordelijk is voor de roodverkleuring is ingebracht. PRI wil de kleur van de appels beoordelen en het niveau van het anthocyaan in het vruchtvlees bepalen. Ook wordt de roodkleuring van de stam, takken en bladeren gemonitord. Dit gebeurt om te bepalen of er verschillen bestaan tussen de bomen en om te onderzoeken of de ingebrachte eigenschap stabiel is.

De bomen worden op een proeflocatie in Wageningen geplant. Op deze locatie worden ook Gala-bomen geteeld waarbij het gen dat verantwoordelijk is  voor schurftresistentie door middel van cisgenese is ingebracht.
In het eerste jaar worden in totaal slechts negen bomen geplant; zes bomen die via klonen zijn voortgekomen uit twee Junami-moederbomen en drie bomen die voortgekomen zijn uit één Gala-boom. Deze bomen worden vermeerderd zodat er in het tweede jaar per ‘moederboom’ nog tien bomen bij komen. Vanaf het tweede jaar telt de veldproef dus 39 bomen.
Het perceel waarop de bomen worden geplant is 1.750 m2 groot, de maximaal toegestane grootte voor een dergelijke proef. In de vergunning is vastgelegd dat binnen een afstand van 150 meter geen andere appelbomen mogen worden geteeld en dat binnen een afstand van 500 meter geen appelboomgaarden aanwezig mogen zijn. Rondom de proef staat een gaasafscheiding van 1,80 tot 2,00 meter hoog om het verslepen van plantmateriaal en schade door konijnen, hazen en reeën te voorkomen. In de periode dat de appels aan de bomen hangen wordt het perceel overspannen met een net om te voorkomen dat vogels de appels verslepen of aanvreten. 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 24 november 2015 - 18:38