Het uitfaseren van zogenoemde risicomiddelen in de teelt van appel en peer is niet zonder meer mogelijk, maar de pilots die Albert Heijn vorig jaar liet uitvoeren leverden wel veelbelovende resultaten op. Technisch is er meer mogelijk dan de nu vaak gangbare praktijk, maar alternatieve bestrijdingsmethoden leveren in veel gevallen hogere kosten op voor de teler. De NFO is daar kritisch over.
De NFO vindt het een goede zaak dat marktpartijen die bovenwettelijke eisen stellen, de haalbaarheid van deze eisen ook laat testen in de praktijk en op basis hiervan hun eisen aanpassen. Maar alles wat technisch mogelijk is, is niet direct ook economische verantwoord. Voor de extra inzet en kosten moet de teler beloond worden.

Sinds 2016 werken Albert Heijn en stichting Natuur en Milieu samen aan het verminderen van het middelengebruik in de teelt van Nederlandse groenten en fruit. Van de lijst van 27 risicovolle middelen die Natuur en Milieu heeft opgesteld, worden er 5 in de teelt van appels en peren gebruikt.
Op twee van deze middelen (Calypso en Vertimec) hebben pilots plaatsgevonden en daarnaast is gewerkt aan het verminderen van de hoeveelheid actieve stof door mechanische onkruidbestrijding. In vier van de zeven pilots zijn goede, veelbelovende resultaten behaald. De pilots werden uitgevoerd in Elstar en Conference. De telers werden begeleid door Fruitconsult.

Pilot appel
Bij appel is gekeken in hoeverre Calypso te vervangen is door Gazelle. Voor de bestrijding van luizen, wantsen en zaagwespen kan dat goed, maar bij een zware keverplaag werkt Gazelle minder dan Calypso. Ook wordt Calypso in de praktijk tegen pissebedden ingezet. Komend seizoen komt er een pilot om te bekijken of pissebedden met een alternatieve aanpak bestreden kunnen worden.
Ter vervanging van Vertimec pro tegen spint in appel zijn gekweekte roofmijten in zakjes in de bomen gehangen, op een oppervlakte van in totaal ca. 2 ha. Helaas werden de uitgezette roofmijten na zeven maanden niet meer teruggevonden in de boomgaard. De pilot was dus niet succesvol. De vraag is nu of deze roofmijten overleven, elkaar opvreten of dat ze worden opgevreten door andere roofmijtsoorten die van nature voorkomen. In 2018 zal bekeken worden of de uitgezette roofmijten alsnog terug te vinden zijn. De proef zal worden herhaald met gekweekte roofmijten van de huidige en een andere leverancier.

Pilot peer
Bij peer zijn er voor de bestrijding van perenbladvlo meerdere pilots uitgevoerd. Door oorwormen in het gewas in te brengen op percelen waar geen oorwormen zitten, wordt de druk van de perenbladvlo lager. Oorwormen worden verplaatst met zogenaamde predasekt-huisjes. Deze pilot was een succes: perenbladvlo werd succesvol bestreden door de toediening van Movento en met ondersteuning van oorwormen. Het is nu de vraag of de oorwormen de winter hebben overleefd, anders moeten ze het komende jaar weer worden verplaatst. In 2017 was de druk van perenbladvlo een minder groot probleem dan andere jaren. Telers geven daarnaast aan dat ze zonder begeleiding Vertimec Pro ingezet zouden hebben om geen risico te lopen. Begeleiding heeft hier de doorslag gegeven en het vertrouwen om dit niet te doen.

Ook is er bij peer geƫxperimenteerd met het innetten van bomen. Met het innetten wordt geprobeerd om plagen als perenbladvlo, kevers, luizen, fruitmot, bladrollers van de bomen te houden. Als dit lukt, is geen bestrijding nodig en kunnen nuttigen (zoals oorwormen, roofwantsen) beter overleven. Duidelijk nadeel is dat je de bomen niet goed ziet, dat de werkzaamheden worden bemoeilijkt en dat onduidelijk is of je de bomen goed bedekt met gewasbeschermingsmiddelen. Mogelijk leidt ook de mindere lichtopvang tot een slechtere knopvorming. Het resultaat van de proef was positief: er was geen perenbladvlo aanwezig.

De proef met innetten zal verder worden gevolgd op de proeftuin en niet meer bij een teler, omdat het om een experimentele aanpak gaat die zeer waarschijnlijk niet op korte termijn uitrolbaar is.

Onkruidbestrijding
In zowel appel als peer is gekeken naar mechanische onkruidbestrijding met een Ladurner-machine. De proef was succesvol, het onkruid was goed onder controle te houden. Toch zijn er ook nog veel vragen. Komend seizoen zal uitgebreid verder gekeken worden naar de effecten op de groei en ontwikkeling van de boom. Zeker bij jonge bomen raken wortels makkelijk beschadigd. Daarnaast kost mechanische onkruidbestrijding meer tijd en is het de vraag of onder natte omstandigheden de boomgaard onkruidvrij gehouden kan worden. Ook is het in bestaande boomgaarden niet eenvoudig alleen met mechanische onkruidbestrijding te werken vanwege de manier van planten en ophangen van de beregeningsslangen en -leidingen. Er moet nog worden onderzocht of en hoe dit probleem te verhelpen is.

Tot slot is gekeken naar manieren om de hoeveelheid actieve stof te verminderen. Afgelopen seizoen vroeg echter over het algemeen om meer middelen wegens de natte weersomstandigheden. Het resultaat van dit onderdeel is dat er meer werkzame stof is gebruikt.

Bekijk hier het volledige onderzoeksrapport.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 12 juni 2018 - 20:56