Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben het definitieve Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) vastgesteld. Op verschillende onderdelen zijn wijzigingen aangebracht ten opzichte van het Ontwerp-UPLG. Voor de fruitteelt zijn daarbij enkele belangrijke aanpassingen doorgevoerd. Desondanks kunnen de gevolgen nog steeds ingrijpend zijn voor telers die worden geraakt door zonering of andere maatregelen.
De definitieve stukken laten zien dat de provincie de positie van de fruitteelt op een aantal belangrijke punten anders heeft beoordeeld dan in het Ontwerp-UPLG het geval was. Daarbij zijn verschillende onderwerpen terug te vinden die de NFO gedurende het proces heeft ingebracht. Ook de breed gesteunde motie van Provinciale Staten, waarin werd opgeroepen tot maatwerk voor de fruitteelt binnen het UPLG, heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld.
Op het Ontwerp-UPLG werden ruim 1.700 zienswijzen ingediend. Uit de Nota van Beantwoording blijkt dat de fruitteelt op meerdere plaatsen terugkomt. Alleen al bij het onderwerp Perspectief voor de fruitteelt werden circa 200 zienswijzen ingediend. Daarnaast werden reacties gebundeld over onder meer bemesting, gewasbescherming, waterkwaliteit en bedrijfscontinuïteit.
In de Nota van Beantwoording behandelt de provincie de fruitteelt als afzonderlijk onderwerp. Daarbij verwijst zij naar het overleg met de NFO, de speciale NFO-bijeenkomst over het UPLG, de ingediende zienswijzen en aanvullend onderzoek door CLM. Daarmee heeft de inzet van de NFO-afdeling Utrecht een duidelijke plaats gekregen in de beoordeling van de fruitteelt.
Wijzigingen voor fruitteelt
Voor de fruitteelt zijn onder meer de volgende wijzigingen opgenomen:
- Voor het bestaande fruitteeltareaal geldt binnen de stikstofzones geen verbod op het gebruik of uitrijden van kunstmest en RENURE;
- Voor de biologische fruitteelt geldt een uitzondering op de generieke en specifieke stikstofmaatregelen;
- De provincie gaat na vaststelling van het UPLG met de fruitteeltsector verder in gesprek over de toekomst van de fruitteelt rond Natura 2000-gebieden. Daarbij worden ook de opgaven voor water, natuur en klimaat betrokken.
Tijdens de technische toelichting is daarnaast bevestigd dat Joint Fact Finding het uitgangspunt blijft voordat de provincie eventuele aanvullende maatregelen overweegt op het gebied van gewasbescherming. Dat sluit aan bij de eerder aangenomen motie van Provinciale Staten om de KRW-doelen samen met de fruitteeltsector uit te werken op basis van gezamenlijke feiten en uitvoerbare oplossingen.
Van planvorming naar uitvoering
Met de vaststelling van het UPLG verschuift het accent van planvorming naar uitvoering. De provincie werkt de gebiedsgerichte aanpak de komende periode verder uit. Er worden belangrijke keuzes gemaakt over de praktische toepassing van maatregelen, de rol van gebiedspartijen en de gevolgen voor individuele bedrijven.
Voor de fruitteelt is deze fase minstens zo belangrijk als de vaststelling van het UPLG zelf.
De NFO brengt de definitieve stukken daarom zorgvuldig in kaart in de komende tijd. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de betekenis van bestaand fruitteeltareaal, de gevolgen voor herplant, bedrijfsopvolging en bedrijfsoverdracht en de samenhang met landelijke ontwikkelingen. Denk daarbij aan de landelijke zonering, het Convenant Gewasbescherming, Joint Fact Finding, de KRW-opgaven en het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen.
UPLG blijft speerpunt
De vaststelling van het UPLG is daarmee geen eindpunt. De verdere uitwerking in de gebieden en de afstemming met landelijke ontwikkelingen zullen uiteindelijk bepalen wat dit in de praktijk betekent voor fruitteeltbedrijven.
Voor NFO-afdeling Utrecht blijft het UPLG daarom ook de komende periode een belangrijk speerpunt. De afdeling blijft in gesprek met de provincie over een uitvoerbare en sectorspecifieke uitwerking. Nieuwe ontwikkelingen, antwoorden op openstaande vragen en de gevolgen voor de praktijk zullen vanzelfsprekend worden gedeeld met leden zodra daar meer duidelijkheid over is.

